Schoolgids

 

Schoolgids

 

 
 
 
 
 
 
 
Voorwoord
Voor u ligt de schoolgids van de Protestants Christelijke Basisschool “De Spreng” te Drachten.
 
De schoolgids is bedoeld voor ouders die nu kinderen op school hebben en voor ouders van toekomstige leerlingen. Aan ouders die al kinderen op school hebben leggen we verantwoording af over onze manier van werken.
Aan de andere ouders leggen we uit wat zij mogen verwachten als hun kind leerling van onze school wordt. Deze schoolgids staat op de website van de school.
 
U ontvangt jaarlijks de jaarkalender. Deze kalender bevat informatie die jaarlijks kan wijzigen, zoals bijvoorbeeld het vakantierooster.
 
Ook maakt de school een jaarverslag met daarin opgenomen een jaarplan. Dit verslag ontvangen ouders elk schooljaar.
 
Wij hopen dat u de schoolgids met plezier zult lezen.
Vanzelfsprekend bent u altijd welkom voor een toelichting.
 
 
Met vriendelijk groet
namens het team,
Wim Schraa (directeur)
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Inhoudsopgave:

1
Waar de school voor staat
 
3
 
 
  1. De naam van de school
  2. Identiteit
  3. Klimaat
  4. Onderwijs
  5. Voor en Vroegschoolse Educatie
  6. Omgaan met verschillen
 
 
 
 
2
De schoolorganisatie
 
7
 
 
  1. Het schoolgebouw
  2. Schooltijden
  3. Spreekuur directeur
  4. Personeel van de school
  5. Jaarplan/jaarverslag
  6. Aanmelden, toelating en verwijdering
  7. Formatie en groepsverdeling
  8. Vervanging bij ziekte leerkrachten/stagiares/video-opnames
  9. Verdeling lestijd
  10. De vak- en vormingsgebieden
 
 
 
3
Zorg voor de leerlingen
 
23
 
 
  1. Leerlingvolgsysteem
  2. Speciale zorg
  3. Schoolmaatschappelijk werk
  4. Leerling gebonden finaciering
 
 
 
 
 
 
 
 
4
Onderwijsresultaten
 
29
 
 
  1. Rapportage
  2. Voortgezet onderwijs
  3. Kwaliteitsdenken.......een instrument
 
 
 
 
 
 
 
 
5
De ouders
 
33
 
 
  1. PCBO Smallingerland
  2. De schoolcommissie
  3. De Medezeggenschapsraad
  4. Activiteitencommissie
  5. Klachtenprocedure
  6. Ouderbetrokkenheid
  7. Leerplicht
  8. Vakantie, schoolvrij
 
 
 
 
 
 
 
 
6
Algemene informatie
 
42
 
 
  1. Geldelijke bijdragen
  2. Tussenschoolse opvang
  3. Boekenplan
  4. De website
  5. Verjaardagen
  6. Zending en overige acties
  7. Tijdschriften
  8. Verkeersexamen
  9. Hoofdluis
  10. Sponsoring
  11. Verzekeringen
  12. Bijzondere activiteiten
 
 
 
 
 
 
 
Hoofdstuk 1: Waar de school voor staat

 
 
De naam van de school
De naam van de school is “De Spreng” en de school is gelegen aan het Haverstuk.
Spreng betekent bron of beekje.
Een naam die past in de wijk de Bouwen. Haver, rogge en vlas hebben immers water nodig om te groeien. Het geloof, de Bijbel, is voor de school de Bron. Vandaaruit willen wij de kinderen steeds nieuwe impulsen geven voor hun vorming en ontwikkeling.
Zoals haver, rogge en vlas een bron nodig hebben om te groeien, hebben de kinderen onze Bron nodig voor hun groei. De steeds groter wordende waterkringen in ons logo symboliseren de groei.
2.1. Onze levensbeschouwelijke identiteit
 
“De Spreng” is een Protestant Christelijke Basisschool.
Op onze school wordt de Bijbel, het Woord van God, gebruikt als Bron.
Dit betekent dat wij volgens Bijbelse normen en waarden onderwijs willen geven. Onze school vormt een gemeenschap waarin ouderen en jongeren vanuit vertrouwen op God elkaar bemoedigen en corrigeren, onderweg naar een toekomst van liefde, gerechtigheid en vrede.
Onze levensbeschouwing staat niet op zichzelf, maar is terug te vinden in onze pedagogiek, didactiek en in de verschillende vak- en vormingsgebieden.
Vanuit onze identiteit willen wij, in samenspraak met ouders, de kinderen wegwijs maken in de maatschappij. Zij moeten leren om waarden en normen te herkennen en te hanteren, zodat zij zich kunnen ontplooien tot sociale mensen. Op deze manier kunnen ouders en school de kinderen steunen in hun ontwikkeling naar volwassenheid.
Wij zijn een gastvrije school. Kinderen met een andere godsdienstige of etnische achtergrond zijn van harte welkom. Bij aanmelding wordt van de ouders of verzorgers gevraagd de doelstelling van ons christelijk onderwijs te onderschrijven of tenminste te respecteren.
Van de kinderen wordt verwacht dat zij meedoen aan de activiteiten die horen bij onze identiteit.
2.2 Onze missie
 
Op “De Spreng”, wat bron betekent, willen we dat kinderen zich in een goed pedagogisch klimaat optimaal ontwikkelen. We willen kinderen een welkom heten en vanuit onze christelijke identiteit, een veilig en warm gevoel geven dat ze met elkaar delen.
In die sfeer kunnen kinderen zich optimaal ontplooien en ontwikkelen tot kinderen die vanuit het gezin waar ze opgroeien, via de school, groeien naar volwassenheid om zelfstandig de maatschappij in te gaan.
De ringen in ons logo, die steeds groter worden symboliseren de groei in vorming en ontwikkeling waarbij we rekening houden met de mogelijkheden van ieder kind.
 
 
 
 
2.3 Onze visie / ons onderwijsconcept
Onze visie bestaat uit een muur met bouwstenen.
Samen bouwen aan goed onderwijs waarbij de volgende bouwstenen/kernwoorden van fundamenteel belang zijn.
 
Bouwstenen    
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Onderwijs
Vanuit de identiteit en het klimaat willen wij het onderwijs invulling gaan geven.
Op onze school werken we met het leerstofjaarklassensysteem. Dat houdt in dat de kinderen na ieder cursusjaar doorschuiven naar een volgende groep.
We werken veel met methodemateriaal. Deze methodes geven een duidelijke opbouw en structuur welke voor kinderen enorm belangrijk is. Voor kinderen met leermoeilijkheden is er aangepaste leerstof.
Voor kinderen die meer aankunnen is er verrijkingsstof. De groep blijft dus met de basisleerstof bij elkaar, de kinderen ontwikkelen zich in de breedte. Ze werken dus niet vooruit in de methode. In de praktijk betekent dit dat deze kinderen in de groepen 1 en 2 uitdagende materialen krijgen aangeboden vanuit de M-kast. In de groepen 3 tot en met 8 wordt gewerkt met extra leerstof vanuit de methode en met het zogenaamde “Levelwerk”. ( zie hoofdstuk 3) Vaak hoeven deze kinderen niet alle opdrachten te maken (compacten) omdat ze deze stof al beheersen kunnen ze snel aan de slag met extra en moeilijker werk.
Om de ontwikkeling van de kinderen te volgen werken we met het leerlingvolgsysteem. Indien nodig krijgen de kinderen individuele hulp binnen of buiten de groep. Op deze manier krijgt ieder kind waar het recht op heeft. Dit kan ook betekenen dat na overleg met ouders wordt besloten om een leerling een bepaalde groep over te laten doen of te versnellen.
Naast de leeractiviteiten is het voor het team belangrijk dat kinderen zich ontwikkelen in de omgang met elkaar. Nu blijkt dat de maatschappij zeer sterk individualistisch aan het worden is, is het voor ons belangrijk om juist op school te leren hoe we samen en met elkaar kunnen werken aan een goede sociale samenleving. Niet alleen het leren is belangrijk, ook de manier waarop geleerd wordt en hoe we omgaan met elkaar.
 
Voor en Vroegschoolse Educatie: VVE
De Spreng is niet meer een VVE school, omdat we niet binnen het postcode gebied vallen wat daar voor nodig is. Hiermee is het recht op subsidie vervallen.
Onze school doet echter wel mee aan VVE in de vorm van het Piramideproject. Het Piramideproject staat voor onderwijs aan kinderen van 3 tot 6 jaar. Het project is een combinatie van spelen, werken en leren.
Alle belangrijke ontwikkelingsgebieden krijgen aandacht:
·         sociaal-emotionele ontwikkeling
·         persoonlijkheidsontwikkeling en zelfredzaamheid
·         motorische ontwikkeling
·         creatieve ontwikkeling
·         ontwikkeling van de waarneming
·         taalontwikkeling en voorbereiding op het lezen
·         denkontwikkeling en voorbereiding op het rekenen
·         oriëntatie op ruimte en tijd
Het Piramideproject begint in de peuterspeelzaal en krijgt zijn vervolg op de basisschool in groep 1 en 2. Meer samenwerking tussen speelzaal en school is dus belangrijk voor het slagen van dit project. Aan deze acht ontwikkelingsgebieden wordt in de peuterspeelzaal en in groep 1 en 2 gewerkt aan de hand van onderwerpen en thema’s die hier speciaal voor uit zijn gezocht.
 
De kinderen worden dagelijks geobserveerd om na te gaan hoe ze spelen, werken en leren. Zo wordt duidelijk wat goed gaat en waar kinderen moeite mee hebben.
Voor de registratie gebruiken we het ontwikkelingsvolgmodel van Memelink.
Ook worden de kinderen getoetst om hun ontwikkeling te volgen.
Op het gebied van de taalontwikkeling en rekenontwikkeling is deze toetsing twee keer per jaar in de groepen 1 en 2.
De toetsen die gebruikt worden zijn van het Cito. De aangeboden leerstof, de observaties en de toetsgegevens worden in een daarvoor speciaal ontwikkeld registratiesysteem bijgehouden.
 
Kinderen die achterstanden hebben of kinderen die opvallend gedrag vertonen krijgen extra hulp en ondersteuning. Dit kan in de groep gebeuren door de groepsleerkracht. Het kan ook door de zgn. tutor. Dit is een leerkracht die extra tijd heeft gekregen om kinderen in groep 1, 2 en zo mogelijk 3, meer aandacht en hulp te geven. Het is bijvoorbeeld de taak van de tutor om een kind voor te bereiden op een bepaald thema, zodat dit kind beter mee kan doen met de andere kinderen in de groep. Het zelfvertrouwen wordt op deze manier vergroot.
Het Piramideproject biedt de school meer formatie-uren, meer materialen en een duidelijke gestructureerde manier van werken. Omdat onze school in de verkeerde straat staat krijgen wij echter geen subsidie meer uit het Piramide/VVE project.
De gemeente ziet de wijk “De Bouwen” echter nog wel als een VVE-gebied. Voor het schooljaar 2011 – 2012 stelt de gemeente subsidie beschikbaar voor ondersteuning. Daarom kan De Spreng in dit jaar nog een aantal dagdelen tutoring organiseren. We zijn dus afhankelijk van de gemeente of dit daarna nog doorgaat.
 
Omgaan met verschillen:
 
Niet één kind is gelijk / alle kinderen zijn anders!
Wat doe je in een school waar klassikaal onderwijs wordt gegeven met al die verschillende kinderen?
Op de Spreng vinden we het belangrijk om rekening te houden met verschillen tussen kinderen. Daarom wordt o.a. gebruik gemaakt van het model “Directe Instructie”.
Kort gezegd: Een kind dat de leerstof al begrijpt of snel door heeft gaat direct aan het werk. Wil een kind de groepsinstructie volgen dan maakt het daar gebruik van. Kinderen die even extra aandacht nodig hebben krijgen uitleg bij de instructie tafel.
 
Naast de klassikale momenten maken we ruimte voor het werken in groepen en groepjes.
Daarnaast krijgen kinderen ook individueel instructie en begeleiding
Op deze manier kun je kinderen meer op hun eigen niveau benaderen.
Als de groepsleerkracht bezig is met een groepje kinderen betekent dit wel dat de rest van de klas zelfstandig moet kunnen werken. Dit laatste lukt alleen goed als ze ook weten wat uitgestelde aandacht is.
 
Hoe werkt zoiets nu in de praktijk?
·         de groep krijgt als geheel een korte klassikale instructie
·         kinderen die begrijpen wat er moet gebeuren gaan zelfstandig aan het werk
·         een aantal kinderen die het lastig vindt krijgt extra instructie en gaat dan ook aan het werk
·         een enkel kind dat het dan nog moeilijk vindt krijgt de les nog eens uitgelegd en gaat daarna ook aan de slag
·         kinderen die vlot werken zijn snel klaar en krijgen extra werk en uitdaging want ze kunnen meer aan
 
Hoe kunnen groepsleerkrachten dit organiseren?
·         door het toepassen van verschillende didactische werkvormen zoals: werken in circuit, werken met taken en het leren van zelfstandig werken
·         als de meeste kinderen de opdracht begrijpen heb je als leerkracht tijd om de anderen te helpen
·         als je werkt met taken of in een circuit dan zijn niet alle opdrachten even lastig, ook dan heb je als leerkracht tijd om kinderen individueel of in kleine groepjes te begeleiden
 
Wat wordt er van de kinderen verwacht?
Ze moeten weten wat uitgestelde aandacht is en ze moeten zelfstandig kunnen werken.
Ze moeten leren dat juf of meester niet op afroep beschikbaar is, maar uiteindelijk altijd hulp zal geven, wellicht op een ander moment.
Tijdens het werken in de groep betekent dit:
 
·         eerst probleempjes zelf op lossen
·         lukt dit niet: het vraagteken klaarleggen en doorgaan met de volgende opdracht
·         of: overleggen met kinderen in de eigen groep
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

Hoofdstuk 2: De schoolorganisatie
 

 
Het schoolgebouw
“De Spreng” beschikt over een prachtige locatie.
Het schilderwerk is uitgevoerd in warm getinte primaire kleuren, zodat het de school een lichte, vrolijke en kindvriendelijke uitstraling heeft.
In 1996 hebben we de verbouwde school in gebruik mogen nemen.
Vanwege de groei van het aantal leerlingen heeft er in 2000 al weer een uitbreiding plaats gevonden. We hebben nu de beschikking over 9 leslokalen, en een kleine ruimte voor werken met groepen of anders. Verder is er een speellokaal, een gemeenschapsruimte, opgedeeld in 
 
personeelskamer en twee ruimtes voor verschillende doeleinden, een computerruimte, de directiekamer en een kamer voor de interne begeleider.
 
 


Schooltijden
's Morgens van 8.30 - 12.00 uur en 's middags van 13.15 - 15.15 uur.
Woensdag van 8.30 - 12.15 uur.
Wij werken met een eerste en een tweede bel:
 

Bij het gaan van de eerste bel komen de kinderen die op het plein zijn binnen en vertrekken de ouders uit de school.
Bij de tweede bel starten we met de lessen!

Groep 1
: extra vrij op donderdag- en vrijdagmiddag
Groep 2-4
: extra vrij op vrijdagmiddag

 
1-9
Groepsruimte
10-12
Gemeenschappelijke ruimte
 
(elk afzonderlijk te gebruiken)
13
Ruimte voor kleine groepen
14
Computerhoek
15
Ruimte voor werken in groepen
D
Directie/IB
C
Concierge
B
Berging
T
Toiletten
S
Speellokaal
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Vanaf kwart over acht ’s ochtends en één uur ’s middags mogen de kinderen i.p.v. buitenspelen, naar hun plaats in het lokaal gaan om daar iets te doen. De groepsleerkrachten zijn dan in of bij het lokaal aanwezig Dit is om toezicht te houden, maar ook voor de contacten met de ouders. U kunt, wanneer u dat wilt, iets kort met de groepsleerkrachten bespreken of een afspraak maken voor een langer gesprek.’s Middags gaan de hekken om 13.00 uur open.
 
Telefoon
Wanneer uw kind niet op school kan komen, graag even een telefoontje. Vanaf 8.00 uur kunt u ons bellen. Onder schooltijd is het in principe niet mogelijk een leerkracht aan de telefoon te krijgen. Dit kan alleen voor en na schooltijd.
Wel is het mogelijk via de conciërge een boodschap door te geven.
 
Gesprek met de directie
Voor een gesprek met de directie kunt u een afspraak maken.
Telefoonnummer: 54 50 42. Directeur: dhr. W. Schraa
 
Personeel van de school
Managementteam
Het managementteam van de Spreng bestaat uit de directeur, de onderbouw- en de bovenbouwcoördinator. De directeur is voorzitter en eindverantwoordelijk.
Het managementteam heeft als taak alle onderwijskundige, organisatorische en coördinerende aspecten, die het functioneren van de school aangaan en verbeteren, te bespreken. De bouwcoördinatoren vertegenwoordigen de bouw en denken mee over beleidsmatige en actuele ontwikkelingen op school.
Zij hebben een ondersteunende en adviserende taak
.
Groepsleerkrachten
Een aantal leerkrachten hebben een extra taak: als tutor groep 1 en 2 , als taalcoördinator en als ict’er en bouwcoördinator.
Daarnaast is er een onderwijsassistent op school.
Ook is er de hele week een conciërge, en één dag een administratief medewerkster aanwezig.
Enkele personeelsleden hebben de cursus bedrijfshulpverlening gevolgd. Zij zijn onze eerste hulp bij ongelukken en calamiteiten.
 
 
 
Vervanging bij ziekte leerkrachten
Niet alleen een kind maar ook een leerkracht kan ziek worden.
Het is van belang te weten dat er alles aan gedaan zal worden, vervanging te vinden. Helaas wordt dat steeds moelijker en soms lukt het niet.
Om te voorkomen dat kinderen naar huis gestuurd moeten worden, heeft de school een vervangingsprotocol opgesteld. Als er echt geen vervanging geregeld kan worden, lossen we dit in ieder geval de eerste dag intern op. In de praktijk kan dat betekenen, dat we groepen samenvoegen of dat we een groep opsplitsen, werk meegeven en over de andere groepen verdelen. Dit om een leerkracht vrij te roosteren om een groep over te nemen.
Mocht het nodig zijn een klas naar huis te sturen, dan hoort u dat een dag van te voren.
 
Jaarverslag en Jaarplan:
Op school werken we met een kwaliteitsmeetinstrument. (zie hoofdstuk 4)
We willen de kwaliteit van het onderwijs en de school voortdurend in de gaten houden. Dat doen we natuurlijk door het volgen van de ontwikkeling van uw kind; observaties, toetsen, e.a., maar ook door groeps- en schoolresultaten te analyseren.
Ook kijken we als schoolteam naar ons eigen functioneren en vragen we naar de mening van kinderen en ouders.
Uitstroomgegevens/kwaliteit en opbrengsten vindt u, net als beleidsplanning en –uitvoering, en vele andere zaken terug in het Jaarverslag/Jaarplan dat voor de zomervakantie wordt uitgereikt.
 
Aanmelden van nieuwe leerlingen
Omdat het handig is op tijd te weten met hoeveel leerlingen we het nieuwe cursusjaar starten, willen we graag dat nieuwe leerlingen zo vroeg mogelijk worden aangemeld. We krijgen dan eerder duidelijkheid over de mogelijke indeling van de groepen en de nodige formatie.
U kunt uw kind aanmelden bij de directeur of de onderbouwcoördinator.
Misschien kunt u ook ouders in uw omgeving, die nog geen kinderen op school hebben, hierop attent maken. Zij kunnen dan een afspraak met de directie maken om zich te oriënteren en te laten informeren over de school.
 
Formatie en groepsverdeling
Ieder jaar moet de formatie van de school weer worden berekend en ingevuld.
Afhankelijk van het aantal kinderen op 1 oktober van het voorgaande jaar wordt het aantal uren bepaald waar een school recht op heeft. Deze uren worden verdeeld over de personeelsleden.
De personeelsleden kunnen bij de directie hun voorkeur opgeven voor een groep. Er zijn vele factoren waarmee rekening gehouden moet worden en op basis daarvan wordt een indeling/verdeling gemaakt. In goed overleg komen we altijd tot een definitieve keus.
Dit zogenaamde formatieplan wordt besproken en ter goedkeuring voorgelegd aan de Medezeggenschapsraad.
Het verdelen van de kinderen over de groepen is altijd een lastige zaak. Het is soms nodig groepen op te splitsen omdat we anders te maken krijgen met hele grote en hele kleine groepen. Hierdoor kunnen combinatiegroepen ontstaan.
Als team praten we uitvoerig over de verdeling van de kinderen over de groepen. De verdeling en keuze wordt uitermate zorgvuldig gedaan. Ook hier hebben we te maken met allerhande factoren: groepsgrootte, aantal meisjes en jongens, zelfstandigheid, enz.
Uiteindelijk maken wij een verdeling die door middel van een nieuwsbrief aan de ouders bekend wordt gemaakt.
De definitieve keus en de eindverantwoordelijkheid liggen bij de school.
 
Toelating en verwijdering
Wij zijn een christelijke school. De manier hoe we hier uiting aan geven komt in het kennismakingsgesprek met u aan de orde. Wij verwachten van u dat u onze identiteit respecteert en dat uw kind deelneemt aan alle identiteitgevoelige activiteiten onder schooltijd.
 
We hopen dat het nooit nodig zal zijn om een kind gedwongen van school te verwijderen. Toch doet zich een enkele keer een situatie voor waarin verwijderen de enige oplossing is. Denkt u daarbij aan ernstig en herhaaldelijk wangedrag van een kind of van ouders.
Voor het verwijderen van kinderen is in de Wet op het Primair Onderwijs een zorgvuldige procedure beschreven. PCBO Smallingerland heeft dit concreet uitgewerkt in het beleidsdocument: ‘Toelaten, schorsen en/of verwijderen’.
 
Soms is het noodzakelijk om een kind tijdelijk te schorsen. Een kind mag voor uiterlijk 5 dagen worden geschorst. Wanneer dan nog geen goede oplossing voor het probleem is gevonden, mag een tweede periode van schorsing worden opgelegd. 
 
Toelaten, schorsen en/of verwijderen van een kind wordt schriftelijk vastgelegd. Wilt u hierover meer informatie, dan kunt u altijd bij de directeur terecht. Ook kunt u het bovengenoemde beleidsdocument opvragen bij de directeur van onze school.
 
Stagiaires
Wij vinden het belangrijk studenten van de “Lerarenopleiding voor het Basisonderwijs” (PABO) te helpen bij hun opleiding. Daarom zult u regelmatig stagiaires in school aantreffen. Ook andere opleidingen vragen om stageplaatsen.
Zo mogelijk worden ook deze wensen vervuld. De begeleiding van de stagiaires is in handen van één van de groepsleerkrachten. Tijdens de eerste drie jaar van de PABO geven zij lessen in de groep, onder toezicht en begeleiding van de groepsleerkracht. In het vierde jaar (de z.g. LIO) moeten de stagiaires op eigen benen leren staan en zal de stagiaire zelfstandig in en met de groep werken. De groepsleerkracht zal ook dan met enige regelmaat in de klas zijn, maar is grotendeels op afstand aanwezig om de LIO zoveel mogelijk ervaring op te laten doen.
 
Video-opnames
Het maken van beeldopnames op onze school kan deel uitmaken van het bevorderen van de kwaliteit van het onderwijs. Dit kan zowel bij het vaste personeel, als ook bij stagiaires plaats vinden. Eén en ander gebeurt alleen met toestemming van de directie. Het beeldmateriaal is bedoeld om het werk van degene voor de klas te verbeteren en wordt niet vertoond aan derden.
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Verdeling van de lestijd
Wettelijk is vastgesteld dat de kinderen in de groepen 1 t/m 8 in totaal minimaal
7520 uren onderwijs moeten ontvangen.
 
Voor het cursusjaar 2008 – 2009 is dat voor:

groep 1
: 829,50 uren
groep 2
: 907,50 uren
groepen 3 en 4
: 924,50 uren
groepen 1 t/m 4
                                                                   3586 uren
groepen 5 t/m 8
                                                                   4002 uren
Totaal 1 t/m 8
                                                                   7588 uren

 
Voor het cursusjaar 2009-2010 is dat voor:

groep 1
: 839      uren
groep 2
: 917      uren
groepen 3 en 4
: 922,75 uren
groepen 1 t/m 4
                                                                   3601,50
groepen 5 t/m 8
                                                                   3995    
Totaal 1 t/m 8
                                                                   7596,50 uren

 
Voor het cursusjaar 2010-2011 is dat voor:

groep 1
: 838,25 uren
groep 2
: 916,25 uren
groepen 3 en 4
: 923,75 uren
groepen 1 t/m 4                       
                                                                   3602                                              
groepen 5 t/m 8
                                                                   3999    
Totaal 1 t/m 8
                                                                   7601 uren
 
 

Voor het cursusjaar 2011-2012 is dat voor:

groep 1
: 848,00 uren
groep 2
: 924,00 uren
groepen 3 en 4
: 924,00 uren
groepen 1 t/m 4                       
                                                                   3620                                              
groepen 5 t/m 8
                                                                   4000   
Totaal 1 t/m 8
                                                                   7620 uren

 
Dagindeling van groep 1 en 2.
 
De inloop:
Vanaf 8.15 uur mogen de kinderen in de klas worden gebracht door de ouders. Op de eigen tafel ligt ontwikkelingsmateriaal, waar de kinderen mee gaan werken. Tot 8.25 uur mogen de ouders bij de kinderen in de klas blijven. Als de tweede bel is gegaan willen we echt gaan beginnen en mogen er geen ouders meer in het lokaal zijn.
 
 
 
Om 9 uur gaan we inde kring. Er wordt een verhaal uit de Bijbel verteld en we zingen Bijbelse liedjes. Enkele kinderen mogen iets vertellen in de kring.
Verder komt aan bod:
·         Taalontwikkeling
·         Rekenontwikkeling
·         Werken met ontwikkelingsmateriaal (knippen, plakken, verven, tekenen enz. en werken met materialen uit de verschillende kasten: constructie, lotto’s, puzzels enz.) 
·         Muzikale vorming
·         Bewegingsonderwijs: buiten spelen/speellokaal
(In het speellokaal is het prettig voor de kinderen om gymschoenen te dragen. Graag schoenen met een elastiek en een stroeve zool en de naam van het kind erop.
 
Fruit eten:
Iedere morgen gaan we fruit eten.
Elk kind heeft een eigen tas met daarin een beker drinken(waarop de naam staat) én fruit of een broodje.
 
Boekenuitleen:
Na de herfstvakantie start de boekenuitleen. Op woensdag mag uw kind zelf een boek uitkiezen en krijgt daarvoor een eigen boekentas. De woensdag daarop mag het boek geruild worden.
 
NB: voor jarige familieleden maken we geen kleurplaten meer op school!!
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
De vak- en vormingsgebieden
 
Lestijd per week in kwartieren
 

Vak-/Vormings-gebieden
1
2
3
4
5
6
7
8
Kringgesprek
5
5
5
5
Bijbel/liedboek
5
5
5
5
10
10
10
10
Rekenen/wiskunde
12
14
20
20
20
20
20
20
Taal/spelling
12
14
31
22
20
20
20
20
Tech. en begr.lezen
10
15
16
16
16
Schrijven
 
 
6
4
3
2
Aardrijkskunde
 
 
 
 
3
3
3
3
Geschiedenis
 
 
 
 
3
3
3
3
Biologie/natuur/w.o
2
3
2
2
3
3
3
3
Verkeer
 
 
2
2
2
2
2
Soc. Emot. Redzaamheid
2
2
2
2
2
2
2
2
Expressie
 
 
6
6
4
4
4
4
Muziek
4
4
2
2
2
2
2
2
Werk met ontw. mat.*
18
18
 
 
 
 
 
 
Bewegingsonderw.
20
23
3
3
6
6
6
6
Zwemmen/incl.
reistijd.
 
 
4
4
 
 
 
 
Engels
 
 
 
 
 
 
2
3
Frysk
2
2
2
3
3
3
3
3
Pauze/fruit eten
5
5
5
5
5
5
5
5
Inf. Comm. Techn.
 
 
 
 
2
2
2
3
Aantal kwartieren
87
95
95
95
103
103
103
103
Aantal uren
21.45
23.45
23.45
23.45
25.45
25.45
25.45
25.45

 
*Zie beredeneerd aanbod.
Godsdienstige vorming
“De Spreng” is een school met een protestants christelijke levensovertuiging. Dit willen we door alles heen uit stralen en het bepaalt onze normen en waarden.
We willen de kinderen vertrouwd laten raken met de Bijbel, door eruit (voor) te lezen, verhalen uit te vertellen en hierover te praten, te zingen en te leren.
Er wordt wekelijks een lied aangeleerd. In alle groepen wordt de methode ”Kind op maandag” gebruikt.
 
Sociaal- emotionele ontwikkeling
We leren de kinderen sociaal- emotionele vaardigheden te verwerven. Respect, acceptatie en samenwerking zijn onze kernwoorden.
De speel-leersituatie kenmerkt zich door structuur, orde en regels, waarbinnen kinderen zich veilig en gelukkig voelen. Hierdoor kunnen ze op een ontspannen, positieve, manier met elkaar omgaan.
Hun ontwikkeling wordt door middel van observatieformulieren gevolgd en bijgehouden.
In de groepsbespreking, die de intern begeleider twee keer per jaar met de groepsleerkracht houdt, worden de vorderingen en belemmeringen besproken. Wanneer het nodig is krijgt het kind speciale aandacht en begeleiding.
Als methode wordt gebruikt: Kinderen en ..…… (verschillende titels).
Computeronderwijs
Het is in deze tijd belangrijk dat kinderen vroeg met de computer om leren gaan. Als school spelen we daar op in. In groep 1 starten we met computerprogramma’s, waaronder muisvaardigheid. Spelenderwijs en werkende wijs komen de kinderen vanaf groep 3 steeds in aanraking met het toetsenbord en raken daar gewend mee. In groep 6 en 7 leren de kinderen werken met “Word” en onder toezicht kunnen ze surfen op Internet. In groep 7 en 8 gaan we met “Power Point” aan de slag. Dit gebeurt in een speciale ruimte. Ook komen hier kinderen voor onderwijsondersteunende lesprogramma’s. Dit gebeurt vaak met hulp van ouders. Door gebruik te maken van het computernetwerk, kunnen ook veel kinderen tegelijk aan het werk. Vanaf 2004 wordt steeds meer aandacht gegeven aan Internet en e-mail. In verband daarmee wordt met de leerlingen in de hoogste groepen een contract afgesloten, wat door de kinderen wordt ondertekend. Dit om oneigenlijk gebruik van het Internet tegen te gaan. Ook leerkrachten, studenten en anderen die in de school met computers werken moeten hiervoor een protocol ondertekenen.
De kinderen leren omgaan met de digitale camera en de beamer, om werkstukken te maken en spreekbeurten te houden.
In alle groepen worden de computers ingezet als ondersteuning bij de diverse vak- en vormingsgebieden.
In de lokalen staan computers die bij het onderwijs in verschillende vakgebieden kunnen worden ingeschakeld. Sommige programma’s vormen een wezenlijk onderdeel van de leerstof. In verschillende lokalen hangen digitale schoolborden. Deze worden ingezet bij de lessen, zodat er interactief kan worden les gegeven.
Voor de hoogste groepen komt de “Bibliotheekbus” bij school. Het is hier vooral de bedoeling dat de kinderen leren informatie (voor bijvoorbeeld een werkstuk) op het Internet op te zoeken.
 
Basisvaardigheden groepen 1 t/m 8
Lezen, taal, rekenen en schrijven rekenen we tot de basisvaardigheden.
Onze school maakt gebruik van methodes, zodat er op school een duidelijke structuur en doorgaande lijn te vinden is.
We proberen met behulp van de methode alle kinderen deze vaardigheden naar vermogen aan te leren. Hierbij kan zo nodig de intern begeleider ingeschakeld worden.
Een belangrijk doel van onze school is dat de kinderen zelfstandig leren werken. Hier zullen ze ook in het vervolgonderwijs veel aan hebben.
 
Lezen
Voorbereidend lezen:
In de groepen 1 en 2 worden activiteiten gedaan in verband met het voorbereidend lezen.
Dagelijks wordt er op een speelse manier aandacht besteed aan de ‘geletterdheid’.
Het ontwikkelen en stimuleren van het fonemisch bewustzijn staat hierbij centraal. Op deze leeftijd leren kinderen b.v. dat zinnen uit woorden bestaan en dat woorden uit letters bestaan.
Met zinnen, woorden en letters kun je allerlei leuke activiteiten doen.
Als kinderen aan het eind van groep 2 van losse klanken een woord kunnen maken en daarbij ongeveer 16 letters kennen stappen ze goed voorbereid groep 3 binnen.
We maken hierbij gebruik van de methode Piramide (zie hoofdstuk 1).
Aanvankelijk lezen:
Het eigenlijke leesonderwijs begint in groep 3. In groep 3 gebruiken we de methode ”Veilig leren lezen”. We hebben de nieuwste versie van Maan Roos Vis.
In het eerste halfjaar in groep 3 leren de kinderen hierbij alle letters inclusief de dubbele letters en klanken. Met bekende letters lezen ze algauw woorden. Het tweede halfjaar wordt er dagelijks geoefend met woorden en zinnen. Het vlot herkennen van woorden staat dan centraal. Het tempo wordt steeds vlotter. Aan het eind van groep 3 verwachten we dan dat de kinderen het niveau van E3/AVI-2 beheersen.
Voor het leesonderwijs wordt ook gebruik gemaakt van het computerprogramma, dat bij de methode hoort.
Voortgezet technisch lezen:
Vanaf groep 4 gebruiken we de nieuwe methode: Lekker Lezen.
Voor groep 4, 5 en 6 is vastgesteld hoeveel AVI-niveaus een kind zou moeten beheersen. Na groep 6 is dat E6/AVI-9. Op dat moment moet het technisch lezen in feite zijn afgerond, maar  wel worden onderhouden.
Kinderen die het beoogde niveau nog niet hebben gehaald krijgen instructie. Leesinstructie wordt op AVI-niveau aangeboden. Daarnaast lezen alle kinderen ook woordrijen om een zo hoog mogelijk leestempo te ontwikkelen voor het lezen van woorden die niet in een bepaalde context staan. Kinderen die het vastgestelde niveau gehaald hebben krijgen weinig instructie meer. Zij oefenen met zelfstandige leesvormen.
Twee keer per jaar worden de kinderen getoetst om te bepalen hoe ver ze zijn.
In de groepen 7 en 8 zijn er weinig kinderen meer die instructie nodig hebben. Zij oefenen om de leesvaardigheid niet te verliezen.
Begrijpend en studerend lezen:
In wezen is alle lezen begrijpend lezen. Toch is het ook een speciale vaardigheid die we op school met behulp van een methode trainen.
In de groepen 1 en 2 wordt er veel voorgelezen. In feite is dit begrijpend luisteren.
In groep 3 is begrijpend lezen een onderdeel van de leesmethode. Activiteiten op dit gebied zijn hierin verwerkt.
Vanaf groep 4 is begrijpend lezen een schoolvak .We gebruiken hiervoor de methode “Lezen in beeld”.
Kinderen leren hierbij een aantal leesstrategieën die toegepast worden bij het begrijpend lezen zoals vragen over een tekst beantwoorden of een samenvatting van een verhaal maken.
 
Nederlandse taal
Het onderwijs in de Nederlandse taal is er op gericht, dat de leerlingen
-          vaardigheden ontwikkelen, waarmee ze deze taal doelmatig gebruiken in situaties, die zich in het dagelijks leven voordoen
-          kennis en inzicht verwerven omtrent betekenis, gebruik en vorm van taal;
-          plezier hebben en houden in het gebruiken en beschouwen van taal.
 
In de groepen 1 en 2 wordt gebruik gemaakt van de methode piramide. (zie hoofdstuk 1)
De opzet hiervan is thematisch.
 
Methodes die worden gebruikt zijn: Veilig leren lezen (nieuwste versie + computer-programma + Veilig in stapjes) in groep 3 en Taal actief vanaf groep 4.
 
Engelse taal
Het onderwijs in de Engelse taal is erop gericht, dat de leerlingen:
-          vaardigheden ontwikkelen, waarmee ze deze taal op een zeer eenvoudig niveau kunnen gebruiken als communicatiemiddel.
-          kennis hebben van de rol, die de Engelse taal speelt in de Nederlandse samenleving en weten van het belang van de Engelse taal als internationaal communicatiemiddel.
 
Methode die wordt gebruikt: ”Hello World”.
 
Friese Taal
Het onderwijs in de Friese taal is erop gericht dat de leerlingen:
-          in aanraking komen met de Friese taal, haar geschiedenis en cultuur. 
-          vaardigheden ontwikkelen, waar ze in het dagelijks leven iets aanhebben, zoals verstaan van de taal en het kunnen lezen van eenvoudige stukjes tekst.
 
We maken gebruik van de methode Studio F in de groepen 1 en 2, en 4 - 8. Een methode die past binnen onze visie. Vanuit eenzelfde thema kunnen de kinderen de les op verschillende niveaus verwerken.
In groep 3 en tot de kerst in 4 maken we gebruik van ‘Wit-wat”. Dit omdat het aanvankelijk en voortgezet technisch lezen (Nederlands)  in deze periode centraal staat.
 
Rekenen / Wiskunde
In de groepen 1 en 2 wordt gebruik gemaakt van de methode piramide en “Alles Telt”.
De groepen 1 t/m 8 maken gebruik van de methode “Alles Telt”.
“Alles Telt” is een eigentijdse realistische rekenmethode die precies past bij onze visie op
“omgaan met verschillen”. De organisatie structuur is zo dat 60 % van de tijd beschikbaar is voor zelfstandig werken en 40 % voor instructie.
Daarnaast is veel aandacht voor differentiatie en zorgverbreding. Er is in opbouw duidelijk rekening gehouden met het kind dat meer kan en het kind dat extra ondersteuning nodig heeft.
De methode is gebaseerd op de volgende uitgangspunten:
o   Interactief onderwijs
o   Zelfstandig werken
o   Leren leren
o   Evaluatie van het leerproces
 
Schrijven
Het onderwijs in schrijven is erop gericht dat de leerlingen:
-          een goed leesbaar (eigen) handschrift ontwikkelen, dat er verzorgd uitziet en in een behoorlijk tempo geschreven kan worden.
-          zich ontwikkelen tot vaardige schriftelijke taalgebruikers.
 
Hierbij wordt gelet op een juiste penvoering en schrijfhouding. Gebruikte methodes zijn: Zwart op Wit (3 t/m 6) In de groepen 7 en 8 wordt geen speciale schrijfmethode meer gebruikt.
 
 
De wereldoriënterende vakken
Op onze school komen de wereldoriënterende vakken ruim aan bod.
In de groepen 1 en 2 wordt hoofdzakelijk thematisch gewerkt. Uitgangspunt daarbij is de belevingswereld van de kleuter. Het ervaren en waarnemen van de dingen om hen heen. Dit doen ze niet alleen door kijken en luisteren maar ook door voelen, ruiken, bewegen, tasten en proeven. De kinderen verkennen stap voor stap de wereld om hen heen. Ze oriënteren zich op taal, communicatie, menselijk gedrag, kijk op zichzelf en anderen, ruimte, tijd, natuur, cultuur en al die andere dingen om zich heen.
In de groepen 3 en 4 geven we biologie, gezond gedrag en verkeer en vanaf groep 5 komen daar nog aardrijkskunde en geschiedenis bij.
 
Aardrijkskunde
Het aardrijkskundeonderwijs is erop gericht dat de kinderen:
-          zich oriënteren op de wereld om hen heen, te beginnen bij hun eigen, directe omgeving.
-          zich een beeld kunnen vormen van de wereld en de activiteiten en gebeurtenissen, die daar plaatsvinden.
-          inzicht verwerven in de manier, waarop de natuur en het menselijk handelen de ruimtelijke inrichting beïnvloeden.
-          zich enige geografische kennis eigen maken.
 
Gebruikte methode is: “Meander”.
 
Geschiedenis
Het geschiedenisonderwijs is erop gericht dat de leerlingen:
-          zich ervan bewust worden, dat niet alles altijd zo is geweest als het nu is.
-          zich een beeld vormen van in tijd geordende verschijnselen en ontwikkelingen.
-          zich enige historische vaardigheden eigen maken.
-          besef krijgen van de continuïteit en verandering in het leven en in de geschiedenis van de samenleving.
-          kennis en inzicht verwerven omtrent inrichting en structuur van de maatschappij.
-          kennis en inzicht verwerven omtrent enige hoofdzaken van en kenmerkende verschillen tussen geestelijke stromingen in de samenleving.
 
Er wordt gewerkt met de methode: “Brandaan”.
Daarnaast wordt er gebruik gemaakt van televisielessen, platen e.d.
 
Natuuronderwijs en gezond gedrag
Het natuuronderwijs is erop gericht dat de leerlingen:
-          plezier beleven aan het verkennen van de natuur om hen heen. Voor de oudere kinderen geldt dat hun een kritische en vragende houding wordt aangeleerd.
-          zorg hebben voor een gezond leefmilieu.
-          kennis, inzicht en vaardigheden verwerven, die mensen nodig hebben om op juiste wijze met de levende en niet-levende natuur om te gaan.
-          een onderzoekende en waarderende houding krijgen ten opzichte van de natuur en zo mogelijk een gezond leefmilieu ontwikkelen.
-          kennis, inzicht en vaardigheden verwerven ten aanzien van een gezond gedragspatroon, dat bij henzelf past en bij de omgeving waarin ze opgroeien.
 
Er wordt gebruik gemaakt van de volgende methodes:
In groep 3 en 4: Naut, Meander en Brandaan.
Ook wordt er weer veel gebruik gemaakt van televisielessen en bovenal de natuur om ons heen: soms halen we er een stukje van binnen en soms gaan we erop uit.
In de groepen 7 en 8 wordt eveneens gewerkt met de Methode: “Roken en drinken” van het Trimbos-instituut. De methode bevat een aantal lessen met als doel:
“Kennis verwerven van, en inzicht krijgen in de risico’s van het gebruik van alcohol en tabak voor hun gezondheid en die van anderen”.
 
Bevordering van sociale redzaamheid, waaronder verkeersgedrag
Het onderwijs in sociale redzaamheid, waaronder verkeersgedrag, is erop gericht dat de leerlingen:
-          kennis, inzicht en vaardigheden verwerven als consument en als deelnemer aan het verkeer en groepsprocessen.
In groep 7 wordt verkeersexamen gedaan. Voor het oefenen wordt gebruik gemaakt van “De Jeugdverkeerskrant”. Praktische lessen worden gevolgd in de verkeerstuin.
 
In de groepen 3, 4 wordt gewerkt met de methode “Wegwijs”
In de groepen 5, 6 wordt gewerkt met de methode “Op voeten en fietsen”
In de groepen 7, 8 wordt gewerkt met de methode, die aan sluit bij “Op voeten en fietsen”:
de “Jeugdverkeerskrant”
.
Burgerschapskunde
De school is een oefenplaats voor goed burgerschap. In de klas, op het schoolplein en in de buurt krijgt de leerling te maken met processen en gebeurtenissen die ook voorkomen in de ‘echte’ samenleving. Op school wordt de leerling gestimuleerd voor zijn mening uit te komen en respect te hebben voor mensen die anders zijn. Het kind kan zijn sociale competenties verder ontwikkelen, wordt zich bewust van sociale rechten en plichten en kan meedenken en meebeslissen. De school wil de kinderen ondersteunen in de ontwikkeling tot goed burgerschap.
 
Bij burgerschap staan drie domeinen centraal:
 
  1. democratie – kennis over de democratische rechtstaat en politieke besluitvorming: democratisch handelen en maatschappelijke basiswaarden.
  2. participatie – kennis over basiswaarden en mogelijkheden voor inspraak en vaardigheden en houdingen die nodig zijn om op school en in de samenleving actief mee te kunnen doen.
  3. identiteit – verkennen van de eigen identiteit en die van anderen; voor welke (levensbeschouwelijke) waarden sta ik en hoe maak ik die waar?
Om actief burgerschap en sociale integratie te realiseren, hanteren wij de volgende visie:
 
Wij willen binnen ons onderwijs actief burgerschap bereiken door:
a)      aanpassing en disciplinering
b)      zelfstandigheid en kritische meningsvorming
c)      sociale betrokkenheid
De aanpak en concrete doelen die wij binnen school hanteren om actief burgerschap te stimuleren zijn:
a.      gehoorzaamheid, goede manier en discipline
b.      het vormen van een eigen mening en omgaan met kritiek
c.       rekening houden met anderen, respect tonen voor andersdenkenden en solidariteit met anderen.
 
Burgerschap en sociale integratie:
Burgerschap is geen vak apart, maar een manier van omgaan met de kinderen en lesgeven. Kinderen worden uitgedaagd om na te denken over hun rol als burger in de Nederlandse samenleving. We willen kinderen het belang van democratie, participatie en identiteit in onze samenleving leren. Juist nu er zoveel culturen en religies in Nederland zijn is het van belang dat kinderen al vroeg leren hun verantwoordelijkheid in deze democratische samenleving te nemen.
 
Wij doen dat op school door:
 
  1. onze wijze van (zelfstandig) werken en het pedagogisch klimaat
  2. te werken met de levensbeschouwelijk methode “Kind op maandag”
  3. te werken vanuit onze Christelijke identiteit
  4. te werken met de methode Soc. Em. Ontwikkeling “Kinderen en….”
  5. methodes wereld oriëntatie: “Naut”, “Meander” en “Brandaan”, “Natuur Buiten Gewoon”; Op voeten en fietsen, jeugdverkeerskrant, Wegwijs
  6. het tijdschrift “Samsam”
  7. school tv weekjournaal
  8. nieuws uit de natuur
  9. projecten met de gemeente: o.a. “De buurt ons huis”
  10. eventuele projecten rond verkiezingen en prinsjesdag
  11. de krant in de klas
  12. maandelijks een schoolregel centraal te stellen
  13. leerlingenraad gevormd uit leerlingen uit de bovenbouw
  14. contacten met zorginstellingen in de buurt; kerst, musical groep 8
 
Andere informatiebronnen ten behoeve van wereldoriëntatie
Voor de wereldoriënterende vakken wordt gebruik gemaakt van verschillende informatiebronnen. Voor klassikaal gebruik zijn de al genoemde televisielessen van groot nut en belang: aanschouwelijker kunnen we het niet maken.
De kinderen hebben voor het maken van werkstukken over wereldoriënterende vakken informatie nodig. Hiervoor zijn op school de series Informatie Junior (groep 4, 5 en 6) en Informatie (groep 7 en 8) aanwezig.
Van groot belang is ook dat de leerlingen wegwijs worden gemaakt in het systeem van de bibliotheek en dat ze hun weg kunnen vinden op het Internet. Daarom komt voor de hoogste groepen de “Bibliotheekbus” op school.
Wij zijn bezig om ook als school, met behulp van de ICT-er, ook kinderen van andere groepen alvast leren om te gaan met het Internet.
Het is de bedoeling dat de kinderen met genoemde bronnen leren werken, zodat ze zelfstandig met de gevonden informatie een werkstuk kunnen maken.
 
De expressieve vakken
 
Muziek
Het muziekonderwijs is erop gericht dat de leerlingen:
-          kunnen genieten van muziek door luisteren, zingen en bewegen.
-          kennis, inzicht en vaardigheden verwerven op het gebied van muziek en ritme
-          de eerste beginselen van de taal van muziek en muzikale mogelijkheden ontdekken.
 
Voor de doorgaande lijn gebruiken we de methode “Moet je doen”.
Verder worden er veel muziekbundels gebruikt en materialen als cd’s, televisielessen en niet te vergeten muziekinstrumenten.
Bewegingsonderwijs
Het bewegingsonderwijs is erop gericht dat de leerlingen:
-          plezier beleven aan sport en spel en dit mogelijk in hun vrije tijd op een manier gaan beoefenen.
-          kennis, inzicht en vaardigheden verwerven om hun bewegingsmogelijkheden te vergroten.
-          enige kenmerkende hulpmiddelen en bijbehorende begrippen kunnen gebruiken.
-          omgaan met een vorm van discipline behorend bij (spel)regels.
-          omgaan met elementen als spanning, verlies en winst.
 
Onder bewegingsonderwijs vallen met name de gymnastieklessen en zwemlessen, maar eigenlijk alle vormen van bewegen. De groepen 1 en 2 hebben elke dag bewegingsonderwijs.
De kinderen van de groepen 3 en 4 zwemmen 1 keer per week. Daarnaast hebben ze nog 1 keer per week gymnastiek. De kinderen van groep 5, 6, 7 en 8 hebben 2 keer per week gymnastiek.
 
Op school is de methode “Basislessen bewegingsonderwijs” en “Bewegingsonderwijs in het speellokaal” aanwezig.

Schoolzwemmen in groep 3 en 4
De kinderen van groep 3 en 4 gaan wekelijks naar het zwembad. Het schoolzwemmen vindt plaats onder begeleiding van leerkrachten en ouders. We gaan met de bus heen en terug naar het zwembad. De zwemlessen worden gegeven door personeel van het zwembad: “De Welle”. Op school is een zwemprotocol aanwezig waarin afspraken en verantwoordelijkheden duidelijk zijn omschreven. Dit protocol is vastgesteld door alle PCBO-scholen en de leiding van het zwembad “ De Welle”. De kinderen kunnen zo via school hun zwemdiploma’s halen. De kosten voor het schoolzwemmen worden geïnd via de financiële bijdrage.
 
Tekenen en handvaardigheid
Het onderwijs in tekenen en handvaardigheid is erop gericht dat de leerlingen:
-          plezier beleven in het maken van tekeningen, schilderwerkjes en producten waarin ze zich uitdrukken.
-          kennis, inzicht en vaardigheden verwerven, waarmee ze hun gedachten, gevoelens, waarnemingen en ervaringen kunnen vormgeven in beeldende werkstukken.
-          leren reflecteren op beeldende producten en inzicht verwerven in de wereld om ons heen: de gebouwde omgeving, interieurs, mode, kleding, alledaagse gebruiksvoorwerpen en beeldende kunst.
-          kennis en inzicht verwerven, om te laten ervaren dat uitbeelden en vormgeven gebonden zijn aan tijd en aan cultuurgebied.
 
In de groepen 4 t/m 8 wordt eenmaal per week met behulp van ouders een creatief circuit aangeboden. Dit kan alleen, als er genoeg ouders zijn.
Ook wordt als naslagwerk voor handvaardigheid en voor tekenen, de methode: “Moet je doen……..” gebruikt.
 
 
 
Culturele vorming
Onder culturele vorming wordt alles verstaan wat te maken heeft met op expressieve wijze uiten van ideeën, gevoelens, waarnemingen en ervaringen. Het gaat daarbij om uitingen in beeld, geluid, muziek, taal, spel en beweging. Daarnaast ook het kennisnemen, begrip en waardering ontwikkelen van /voor de eigenheid van die culturen die de samenleving vormen, zowel in het heden als in het verleden.
Er zijn verschillende vakgebieden binnen de kunstzinnige vorming te onderscheiden.
-          Beeldende vorming
-          Muzikale vorming
-          Dans
-          Drama
-          Literatuur
-          Media educatie
-          Cultuur
Doelen van culturele vorming:
-          Richten op emotionele en verstandelijke ontwikkeling
-          Verwerven van culturele emotionele en lichamelijke vaardigheden
-          Kennis en inzicht structuur van de maatschappij
-          Besef krijgen van de veranderingen in de maatschappij
Dit alles heeft te maken met historie, tijd en omgeving van het kind.
 
Wij willen de kinderen de Christelijke waarden en normen leren om van daaruit de maatschappij te leren benaderen. Wij willen proberen via ons doen en handelen onze geloofsovertuiging aan de kinderen over te dragen, ze op te voeden in rechtvaardigheid, eerlijkheid en zachtmoedigheid, maar wel in open en eerlijke verantwoordelijkheid in wederkerigheid.
Daarnaast vinden wij het van belang, dat leerlingen:
-          zich oriënteren op de maatschappij
-          leren omgaan met anderen (respect voor andermans ideeën, meningen, overtuigingen, levenswijzen, culturen)
 
De culturele vaardigheden, luisteren, spreken, schrijven, rekenen, gezond gedrag en sociale redzaamheid worden binnen de vakken op school al ongemerkt aangeboden. Bij bijvoorbeeld geschiedenis en wereldoriëntatie komt heel wat cultuur voorbij en niet te vergeten de uren die besteed worden aan de vak- en vormingsgebieden tekenen, handvaardigheid en muziek.
Toch willen wij als school de culturele vorming uitgebreider onder de aandacht brengen.
 
We gaan volgens een vierjaarlijkse cyclus extra accenten leggen, zodat de verschillende cultuuraspecten twee keer in de schoolloopbaan van de kinderen aan de orde komen.
-          Cultureel erfgoed
-          Muzikale vorming
-          Drama
-          Kunsteducatie
 
Zoals reeds eerder opgemerkt kunnen al deze vier aspecten verweven worden met de diverse vakgebieden. Er is een cultuurwerkgroep gevormd die zich bezighoudt met het invullen van het jaarthema. Zij gaan op zoek naar mogelijkheden rond het thema en materiaal.
 
Om kinderen kennis te laten maken met cultuur in eigen omgeving, valt te denken aan:
-          Bezoek musea in en omgeving Drachten
-          Kerken in en rond Drachten
-          Klooster
-          Kijken bij plaatselijke/locale kunstenaars
-          Bibliotheek
 
 
Samenwerking met Keunstwurk.
Keunstwurk stimuleert als culturele dienstverlener de Friese kunst en cultuur in brede zin. Als provinciale organisatie richt Keunstwurk zich op amateurkunstbeoefening, cultuureducatie en de professionele kunsten in Friesland. Keunstwurk is actief in beeldende kunst, vormgeving, theater, dans, muziek en multidisciplinaire projecten.
Keunstwurk organiseert Uurcultuur voor basisscholen, de PCBO-scholen doen hier allemaal aan mee. Uurcultuur is het jeugdtheaterproject voor de basisscholen. Uurcultuur laat kinderen kennis maken verschillende vormen van podiumkunsten zoals toneel-, dans-, vertel-, poppen- en muziekvoorstellingen. Voorafgaand aan de voorstelling wordt lesmateriaal toegezonden. De voorstellingen worden hierdoor begrijpelijker en aantrekkelijker voor kinderen.


 
Hoofdstuk 3: Zorg voor de leerlingen
 
 
Leerlingvolgsysteem
We vinden het van belang, de kinderen die bij ons op school zijn, goed te volgen in hun ontwikkeling. Door samen te werken met de peuterspeelzalen krijgen wij vroegtijdig gegevens van ontwikkelingen van de kinderen. Hierdoor ontstaat een doorgaande lijn van de peuterschool naar de basisschool. ( het zg. piramide project/Voor en Vroegschoolse Educatie)
Observatie van kinderen is daarbij een belangrijk instrument. Door goed te kijken kun je al veel aan de weet komen, vooral bij de jongere kinderen. Bepaalde gegevens kan men ook krijgen door kinderen te toetsen.
Als school liggen we wel in het VVE gebied maar krijgen niet de zogenaamde impuls gelden. Voor dit schooljaar krijgen we gemeentelijke subsidie om een deel van het programma, met name tutoring uit te voeren.
De groepsleerkracht houdt volgens afspraak een aantal gegevens bij en deze relevante gegevens worden bewaard in een groepsmap leerlingvolgsysteem.
De kleuters van groep 1 en 2 worden geobserveerd aan de hand van het Ontwikkelings-volgmodel van Memelink. Als een kind hiermee in kaart is gebracht kunnen we zien of de ontwikkeling naar wens verloopt. Daarnaast wordende kinderen getoetst. Hiervoor gebruiken we het Cito-toetsmateriaal dat bij het piramideproject wordt gebruikt. (zie VVE)
Kinderen uit de groepen 3 t/m 8 worden getoetst aan de hand van de gebruikte methodes op school. Zo kunnen we zien of een kind vorderingen maakt, of het zich blijft ontwikkelen, want dat is wat we graag willen.
Naast veel methode-gebonden toetsen, gebruiken we ook methode-onafhankelijke toetsen voor de vakken technisch lezen, woordenschat, begrijpend lezen, rekenen, spelling en voor het screenen van de sociaal- emotionele ontwikkeling. Met de gegevens uit methode-onafhankelijke toetsen kunnen we bepalen hoe onze kinderen het doen ten opzichte van kinderen op andere scholen.
 
 
Speciale zorg
1-zorgroute
Wij werken volgens de 1-zorgroute. Groepsleerkrachten werken met groepsplannen. De uitgangspunten zijn daarbij de onderwijsbehoeften van de leerlingen. Op basis hiervan wordt een clustering in subgroepen gemaakt. Op deze manier kan er binnen de groep worden gedifferentieerd, zowel voor kinderen die meer aan kunnen als kinderen die minder aan kunnen.
De groepsleerkrachten maken 2 keer per cursusjaar groepsoverzichten voor de verschillende vakken. Deze overzichten worden gemaakt aan de hand van toetsgegevens, observaties en andere relevante informatie. Dit alles wordt in een groepsoverzicht zijn samengebracht.
Aan de hand van dit groepsoverzicht wordt een groepsplan gemaakt.
De kinderen worden in een groepsplan onderverdeeld in verschillende niveaus, ook wel arrangementen genoemd. Er staat in welke kinderen het gewone groepsprogramma volgen, welke kinderen extra hulp nodig hebben en welke kinderen minder hulp nodig hebben.
Ook staat erin welke oefenstof er in die periode aangeboden wordt en welke doelen er bereikt dienen worden..
 
Vier keer per jaar wordt er door de ib’er met elke groepsleerkracht een groepsbespreking gehouden. Dit is om de stand van zaken kritisch onder de loep te nemen. De groepsplannen worden hierin besproken. Ook de verdere ontwikkeling en vorderingen van de groep als geheel wordt hier besproken. Wanneer er dieper ingegaan dient te worden op één kind specifiek dan wordt er bij een groepsbesprekingen een afspraak gemaakt voor individuele leerlingbespreking. Ook vindt er 2 maal per jaar een leerlingenbespreking op teamniveau plaats. Hierin worden alle leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften besproken.
 
Wanneer de onderwijsbehoeften van leerlingen erg afwijken van de groep, zal er een individueel handelingsplan gemaakt worden. Zij hebben vaak meer extra ondersteuning nodig
of kunnen het gewone programma niet volgen en hebben een eigen leerlijn. In dit plan staat aangegeven waar de problemen liggen en welke specifieke hulp er wordt aangeboden. Meestal geeft de groepsleerkracht deze ondersteuning binnen de groep. Soms wordt de ondersteuning buiten de klas gegeven door b.v. de ib-er.

Soms is niet precies duidelijk waar de problemen van een leerling liggen. In zo’n situatie kan de ib-er een uitgebreider onderzoek instellen. Voor problemen die nog moeilijker liggen kunnen we ook een beroep doen op mensen van buiten de school. Bijvoorbeeld de ambulante begeleiding van het WSNS (Weer Samen Naar School).
Als het interne onderzoek, dat de ib’er heeft uitgevoerd, te weinig aanknopingspunten heeft opgeleverd, kan een schoolpsychologisch onderzoek worden aangevraagd bij de CLZ (Commissie LeerlingenZorg). In het onderzoeksrapport van de schoolpsycholoog staan altijd een aantal adviezen die voor de verdere begeleiding van het kind heel zinvol zijn.
In een dergelijk rapport kan ook het advies staan om het kind aan te melden bij een school voor Speciaal Basisonderwijs.
Als de ouders en school dit advies volgen moeten ze een verzoek richten aan de PCL (Permanente Commissie Leerlingenzorg) om het kind te plaatsen op een school voor Speciaal Basisonderwijs. Deze commissie geeft, na goedkeuring, een zogenaamde beschikking af en dan kan het kind geplaatst worden op een dergelijke school.
Er zijn vele mogelijkheden om kinderen te helpen die opvallen als hun ontwikkeling niet naar verwachting verloopt. Echter het is onze intentie om zoveel mogelijk kinderen binnen onze eigen school op te vangen. Dit is ook het principe van de 1-zorgroute.   
 
Doubleren
We vinden dat bij ons op school kinderen niet moeten doubleren, tenzij………
In de groepen 1 en 2 kan het voorkomen dat een kind zich minder snel ontwikkelt dan zijn leeftijdgenoten. In groep 3 gebeurt het soms dat het leesproces moeilijk op gang komt. In groep 4 kan het voorkomen dat een kind zich heel ongelukkig voelt als hij of zij een eigen leerweg moet volgen. Kortom er kunnen zich situaties voor doen waarvan we vinden dat het beter is dat een kind een jaar doubleert.
Dit is vaak een heel lastige beslissing en de ouders worden hier uiteraard steeds bij betrokken.
De hele problematiek van het doubleren is in een notitie vastgelegd en deze wordt door het team gedragen. Hierin staat ook dat kinderen in de groepen 5 t/m 8 in principe niet meer doubleren.
Versnellen
Ook komt het voor dat een kind de ontwikkeling van zijn leeftijdgenoten ver vooruit is.
Een kind dat al – veel – meer kan dan de andere kinderen in de groep krijgt niet meer genoeg uitdaging en verveelt zich dan. Een dergelijk kind heeft ook begeleiding nodig.
Eén van de mogelijkheden is dat er dan besloten wordt dat kind te laten versnellen. Het slaat dan een groep over. Heel belangrijk is daarbij om goed te letten op de sociaal- emotionele ontwikkeling van dat kind.
Een andere oplossing voor meer begaafde kinderen kan ook worden gezocht in het verbreden en verdiepen van de leerstof die in de eigen groep wordt aangeboden.
Door op een dergelijke manier te handelen willen we zorgen voor een ononderbroken ontwikkeling voor alle kinderen (zie wet op het Basisonderwijs).
 
Speciale zorg in verband met meer- en hoogbegaafdheid             
In elke groep zijn ook kinderen die een ontwikkelingsvoorsprong hebben. We noemen deze kinderen soms hoog- of meerbegaafd, in andere gevallen spreken we van slimme kinderen. Deze groep kinderen vraagt binnen de klas ook om extra zorg en aandacht.
Op onze school hebben we beleid ontwikkeld voor de aanpak van intelligente en begaafde kinderen.
We willen hen onderwijsinhoudelijk en in pedagogisch/didactisch opzicht een passend en gestructureerd onderwijsaanbod geven.
Dit betekent dat:
·         de signalering en de diagnose zorgvuldig en transparant gebeurt door middel van screening en observatie door de groepsleerkrachten
·         voor deze kinderen een aangepaste leerlijn en een plan van aanpak wordt ontwikkeld
·         er sprake is van compacting en dat verrijking en verbreding wordt gezocht in aanvullende lespakketten die begaafde kinderen uitdaging bieden
·         de houding van de groepsleerkracht met betrekking tot het pedagogisch handelen wordt toegespitst op de behoefte van intelligente en begaafde kinderen
·         de ib’er verantwoordelijk is voor het bewaken en borgen van al het handelen t.o.v. begaafdheid en begaafde kinderen
Tijdens alle stappen die hierbij gezet worden is het de taak van de groepsleerkrachten om de ouders steeds te informeren.
Op PCBO niveau is een plusklas aanwezig voor de kinderen uit groep 7 en 8. De klas bestaat uit 15 geselecteerde leerlingen die door de selectie commissie zijn uitgekozen.
 
Herfstkinderen: groep 1 en 2       
Kinderen geboren tussen 1 oktober en 31 december (de zgn herfstkinderen) stromen aan het einde van het schooljaar in principe door naar de volgende groep.
Voor veel kinderen zal blijken dat ze in hun ontwikkeling zo ver zijn dat dit ook daadwerkelijk kan. Voor een aantal kinderen zal blijken dat hun ontwikkeling nog niet zover is. Zij kunnen beter nog een jaar in groep 1 of eventueel in groep 2 blijven.
Voor de kinderen die dit aangaat, zal uiteraard aan het einde van het lopende schooljaar een beslissing moeten worden genomen. Om dit besluit te onderbouwen gebruiken we een aantal criteria die verband houden met de volgende vier ontwikkelingsgebieden:
·         sociaal-emotionele ontwikkeling/werkhouding
·         geletterdheid
·         gecijferdheid
·         visie van de groepsleerkracht
Kinderen die doorgaan naar een volgende groep moeten aan een groot aantal van de opgestelde criteria voldoen. Kinderen die niet of te weinig voldoen aan de criteria blijven nog een jaar in dezelfde groep.
De school heeft hier beleid op gemaakt en een en ander uitgewerkt in een stappenplan en een schema doorstroming groep 1-2.
De leerkrachten van groep 1 en 2 nemen in de maand februari contact op met betreffende ouders om zaken rond de ‘herfstkinderen’ uit te leggen. Na de toetsing in mei wordt in overleg met de ouders de definitieve beslissing genomen.
 
Logopedie
In het kader van de preventieve logopedie worden kinderen in groep 2 door de groepsleerkracht gescreend met behulp van een officiële kijkwijzer.
Kinderen die hierbij opvallen worden telefonisch gemeld bij de logopedisten die werken op de school voor SBO. (Sjalom te Drachten)
Zij geven, zo nodig na een screening op school,  adviezen in de zin van : doorverwijzen naar logopedie of huisarts.
School neemt dan contact op met de ouders.
Schoolgericht Maatschappelijk Werk
Op vierjarige leeftijd gaat uw kind naar de basisschool. In deze periode maakt het een hele belangrijke fase in zijn leven door. Hij gaat de wereld om zich heen verkennen. Hij groeit op van peuter tot puber.
Zoals we allemaal weten, verloopt dat niet altijd vlekkeloos. Soms is aan het gedrag van een kind te zien, dat het niet goed met hem gaat. Soms laat hij op een andere manier merken, dat hem iets dwars zit.
Omdat deze periode belangrijk is voor zijn verdere leven, is er bij ons op school, naast aandacht voor het leren lezen, rekenen en schrijven en alle andere vakken, ook aandacht voor zijn psychische en sociale ontwikkeling.
Immers, een kind dat zich lekker voelt, kan veel gemakkelijker de stof opnemen dan een kind dat problemen heeft.
 
Wanneer u als ouder/verzorger zich zorgen maakt over uw kind, kunt u daar altijd met de leerkracht over praten. U kent uw kind immers het beste en meestal komt u er samen wel uit. Wanneer er echter zorgen blijven, kan de Schoolgericht Maatschappelijk Werker ook worden ingeschakeld.
 
Ook de leerkracht van school kan zorgen hebben over uw kind. Hij zal daar met u als ouder/verzorger over praten. Soms zal de school constateren, dat er professionele hulp nodig is. Met uw toestemming kan dan het Schoolgericht Maatschappelijk Werk worden ingeschakeld.
 
Samengevat: wanneer Schoolgericht Maatschappelijk Werk?
·         Wanneer u of de school zich zorgen maakt over uw kind, kan een beroep worden gedaan op de schoolmaatschappelijk werker. De school initieert dit. Altijd met uw instemming. Hij/zij zal met u als ouder of verzorger een gesprek aangaan, om de zorgen van de school en/of van u te bespreken. Samen wordt er naar een oplossing gezocht.
·         Ook kan de Schoolgericht Maatschappelijk Werker advies en consultatie aan leerkrachten en IB-ers geven over de benadering van kinderen met sociaal-emotionele problemen.
·         Wanneer u problemen ervaart bij de opvoeding van uw kind, kan ook, via de Ib-er van de school, de schoolmaatschappelijk werker voor een gesprek hierover worden gevraagd.
 
Schoolgericht Maatschappelijk Werk wordt door de Gemeente Smallingerland aan alle scholen in Smallingerland aangeboden.
 
 
 
 
Leerling gebonden financiering: Met de rugzak naar de basisschool
 
Wat is Leerlinggebonden Financiering (LGF)
'De rugzak', officieel heet het Leerlinggebonden Financiering, is bedoeld om ouders meer keuzevrijheid te geven tussen regulier en speciaal onderwijs. De middelen die voor een kind met een handicap of stoornis nodig zijn om onderwijs te volgen, gaan als het ware in een 'rugzakje' mee als het naar een reguliere school gaat. Overigens krijgen ouders die middelen niet zelf in handen. De school ontvangt een gedeelte van de middelen.
 
De school kan deze middelen o.a. als volgt besteden; scholing van de leerkrachten, extra – of aangepaste materialen kopen, ondersteuning verlenen aan de groepsleerkracht, extra hulp van de remedial teacher (RT-er).
Leerlinggebonden financiering treedt per 01-08-’03 in werking.
 
Voordat leerlingen een rugzakje krijgen, moet er een hele procedure worden doorlopen. U kunt daarover meer informatie krijgen door middel van een brochure, die u op school kunt krijgen.
Natuurlijk zijn we bereid u ook mondeling daar nader over te informeren. Belangrijk voor u is te wegen, hoe we als school omgaan met leerlingen, die een rugzak hebben.
 
De Leerlinggebonden Financiering betekent voor onze school het volgende:
·         Als team willen we ieder kind de kans bieden om zich op een volwaardige manier te ontwikkelen.
·         Verzoeken van ouders voor plaatsing van een leerling met een 'rugzak' zullen we conform de vastgestelde procedures behandelen. De procedure is ter inzage op school.
·         De toelating of weigering hangt af van de handicap/stoornis van het kind en de mogelijkheden van de school.
·         Niet ieder kind zal de begeleiding kunnen krijgen die het nodig heeft.
·         Kinderen met een ernstige gedragsstoornis zullen we niet kunnen opvangen, omdat het de onrust in de groep zal bevorderen en dat willen we voorkomen.
 
Extra middelen:
·         Afhankelijk van de handicap, krijgt de school ongeveer één dag extra formatie. De rest van een week moet er verantwoorde opvang kunnen plaatsvinden.
 
Het gebouw:
·         Het gebouw is niet aangepast voor kinderen met een handicap (niet geschikt voor o.a. rolstoelgebruikers).
·         Er is geen aparte ruimte waar deskundigen ongestuurd met een kind kunnen werken.
 
Pedagogisch klimaat:
·         Alle kinderen moeten zich veilig en geborgen voelen.
·         Kinderen met een handicap moeten door andere kinderen worden geaccepteerd. We doen dit o.a. door de handicap bespreekbaar te maken.
 
 
 
Didactisch klimaat:
·         We hebben weinig of geen ervaring met kinderen met een handicap.
·         Vanaf groep 3 wordt er bij elk vak- en vormingsgebied hoofdzakelijk gewerkt met methoden.
·         De leerling hoeft in cognitieve, motorische en sociaal-emotionele zin niet te voldoen aan het ontwikkelings-/leerniveau van de groep, waarin het geplaatst wordt. Er is een gedifferentieerd leeraanbod en de ontwikkelingsdoelen zullen moeten passen bij de leerling.
·         Er wordt hoofdzakelijk gewerkt volgens het klassikale systeem. Kinderen die extra hulp nodig hebben, krijgen extra instructie (leerkracht en/of RT) of aangepaste lesstof.
 
Leerlingenzorg:
·         Afhankelijk van de ernst van de handicap gaan we ervan uit, dat we maximaal 1 kind met een rugzakje per groep kunnen opvangen.
·         Er zullen nieuwe leer- en hulpmiddelen moeten worden aangeschaft, omdat we niet beschikken over materiaal voor elke vorm van leer- en/of gedragsproblemen.
 
Professionalisering:
·         Het team beschikt niet over de kennis van elke vorm van handicaps.
·         Middelen voor scholing zijn beperkt (tijd en geld).
 
Ondersteuning:
·         Ambulante begeleiding vanuit het REC is noodzakelijk en tevens een voorwaarde.
·         De hulpverlening zal in verhouding moeten staan met de daarvoor beschikbare tijd. Binnen een groep moet een leerkracht de aandacht verdelen over meerdere kinderen. De beschikbare tijd voor een kind met een handicap is beperkt.
 
Contacten met ouders:
·         Opstellen van een contract/handelingsplan. Hierin worden afspraken met de ouders gemaakt wat de school samen met ouders en externe deskundigen wil realiseren.
·         De resultaten worden regelmatig geëvalueerd. Indien de doelstelling niet waar kunnen worden gemaakt, wordt er naar een andere oplossing gezocht (plaatsing op een andere school of op een REC).
 
Randvoorwaarden
a)      De aanpassingen van gebouw, meubilair of leermiddelen worden bekostigd door externe instanties.
b)      Structurele niet onderwijskundige werkzaamheden, die direct of indirect verband houden met de handicap, worden, na toestemming van de directie, verricht door externe instanties.
In dit kader kan gedacht worden aan het geven van injecties, regelmatig verschonen etc.
De ouders zullen met bijvoorbeeld de Thuiszorg daarover goede afspraken moeten maken.
c)      De ouders of verzorgers moeten bereid en in staat zijn alle coördinerende taken op zich te nemen, zodat de school niet belast wordt met niet onderwijskundige taken. Een voorbeeld ter toelichting: Blijken externe instanties hun taken niet goed uit te voeren, dan spreekt de school de ouders daarop aan en niet de betreffende instanties.
 
 
 
 
 
 

Hoofdstuk 4: Onderwijsresultaten

 
De onderwijsresultaten op “De Spreng” worden op verschillende manieren bijgehouden en bekendgemaakt. Vanaf groep één worden kinderen geobserveerd en getoetst. De ontwikkeling
van de kinderen wordt gedurende de hele schooltijd bijgehouden met behulp van het  
In groep acht volgt een toets die mede de schoolkeuze voor het Voorgezet Onderwijs bepaalt.
 
Rapportage
De rapporten worden twee keer per jaar aan de leerlingen uitgereikt: in het voorjaar en voor de zomervakantie. Met uitzondering van de groepen 1 en 2, hier krijgen de kinderen alleen een rapport voor de zomervakantie.
Naar aanleiding van het voorjaarsrapport wordt een kijk- spreekavond gehouden voor de groep 1 t/m 8.
De ouders worden vooraf ingedeeld en voor een bepaalde tijd en avond uitgenodigd. Zij worden zo in de gelegenheid gesteld om 10 minuten met de leerkracht over het rapport e.a. te praten.
Omdat de tijd van de aanvang van het cursusjaar tot februari een lange periode is, kunnen ouders een keuze maken voor een extra overleg met de groepsleerkracht. In het najaar kunnen zij kiezen voor een huisbezoek of een extra spreekavond. Hiervoor ontvangen de ouders vroegtijdig een schrijven.
Naar aanleiding van het rapport aan het eind van de cursus kan er op verzoek van ouders of leerkracht een gesprek plaats vinden.
Naast deze vorm van oudercontacten zijn er de zogenaamde spreekuur weken. Ouders worden hier door middel van de nieuwsbrief uitgenodigd en kunnen zich opgeven voor een gesprek met de leerkracht, directie of ib’er. Hierdoor ontstaat een cyclus van 6 á 7 weken in over het jaar waarbij ouders de mogelijkheid hebben om gesprek te hebben over het wel en wee van hun kind(eren).
 
Voortgezet onderwijs
De aanmelding voor het Voortgezet Onderwijs wordt door de school verzorgd.
 
Ø De leerkracht inventariseert wat van belang is voor het geven van een goed advies aan de
ouders. Een belangrijk onderdeel daarvan is het afnemen van de eindtoets,de“Drempeltest”.
Dit is een onafhankelijke toets waarmee we samen met de al aanwezige informatie het niveau van uw kind zo nauwkeurig mogelijk bepalen.
Ø Ouders krijgen informatie over het voortgezet onderwijs.
Ø De kinderen worden o.a. door de groepsleerkracht gewezen op de open dagen voor het     voortgezet onderwijs. De school gaat niet georganiseerd naar deze open dagen.
Ø In november worden de ouders uitgenodigd op de spreekavond. Op deze avond wordt een voorlopig advies gegeven waar geen rechten aan kunnen worden ontleend omdat de eindtoets nog moet worden afgenomen. Het geeft een idee waar het kind op dat moment staat.
Ø De leerkracht overlegt met ouders over de schoolkeuze (januari-februari).
Tot 1 april bestaat de mogelijkheid om met elkaar te overleggen over de schoolkeuze

 
Via school ontvangen de ouders aanmeldingsformulieren en deze worden door de school opgestuurd.
De kinderen komen eerst twee jaar in de Basisvorming. Leerlingen kunnen instromen in het VMBO of in HAVO/VWO.
 
Het VMBO is weer opgesplitst in vier leerwegen:
-          Basisberoepsgerichte leerweg
-          Kaderberoepsgerichte leerweg
-          Gemengde leerweg
-          Theoretische leerweg
Een aantal scholen in het VO biedt sinds 2010 ook combinaties aan.
 
Een leerling wordt na overleg met de basisschool ingedeeld in één van de leerwegen, afhankelijk van de capaciteiten van uw kind. Vaak wordt een koppeling van leerwegen gemaakt.
BB = Basisberoepsgericht, KB = Kaderberoepsgericht,GT = gemengd theoretisch en TL= de theoretische leerweg.Er zijn ook kinderen die wat extra aandacht en meer tijd nodig hebben om zich de leerstof eigen te maken. Zij worden geplaatst op het LWOO (Leer Weg Ondersteunend Onderwijs).
De eerste twee jaar worden scholen op de hoogte gehouden van de resultaten van hun
leerlingen. Op die manier kunnen ze nagaan of hun advies inzake de schoolkeuze de juiste geweest is.
 
Schooljaar 2007-2008 zijn 21 leerlingen naar het voortgezet onderwijs gegaan.
De uitstroom was als volgt:

VMBO BB
- 3 leerlingen
VMBO KB
- 4 leerlingen
VMBO GT
- 1 leerling
HAVO/VWO
- 13 leerlingen

 
Schooljaar 2008-2009 zijn 26 leerlingen naar het voortgezet onderwijs gegaan.
De uitstroom was als volgt:

VMBO BB
-        leerlingen
VMBO KB
- 10 leerlingen
VMBO GT
- 5    leerlingen
TL/HAVO
- 5    leerlingen
HAVO/VWO
- 6    leerlingen
 

Schooljaar 2009-2010 zijn 26 leerlingen naar het voortgezet onderwijs gegaan.
De uitstroom was als volgt:

LWOO BB
VMBO BB
-          1     leerling
-          1     leerling
VMBO KB
-     2     leerlingen
VMBO TL
HAVO   TL
-          6     leerlingen
-          2     leerlingen
HAVO/VWO
-     14 leerlingen

 
 
 
Schooljaar 2010-2011 zijn 20 leerlingen naar het voortgezet onderwijs gegaan.
De uitstroom was als volgt:

LWOO BB
VMBO BB
-          0    leerling
-          1     leerling
VMBO KB
-     2     leerlingen
VMBO TL
HAVO   TL
-          5     leerlingen
-          1     leerlingen
HAVO/VWO
-     11 leerlingen

 
Opbrengstgericht/resultaatgericht werken
 
Het afgelopen jaar heeft het team de Spreng een begin gemaakt met het nadrukkelijker focussen op de opbrengsten van de school: we noemen dit “opbrengstgericht werken”. 
Door meer te kijken naar de opbrengsten, wordt de effectiviteit van het onderwijs verbeterd en stijgen de leerprestaties van de kinderen.De essentie hiervan is dat iedereen binnen de school, de directie, de ib-er, de leerkracht in de groep, zich laat sturen door uitkomsten van metingen. . 
Dit proces verloopt volgens een vast patroon.
·         Het stellen van doelen ten aanzien van leerprestaties.
·         Het specifiek inrichten van het onderwijs programma
·         Meten van opbrengsten door het afnemen van verschillende toetsen.
·         Analyseren van de gegevens
·         Bijstellen van de instructie, het programma en doelen
 
Systematisch, aan de hand van analyses, wordt de kwaliteit van het onderwijs in de gaten gehouden. Leerkrachten weten een taakgerichte werksfeer te realiseren en ze zijn meer in staat om het leerstofaanbod af te stemmen op de onderwijsbehoeften van het kind
 
Kwaliteitsdenken….een instrument.
Als school zetten we alles in het werk om uw kind zo goed mogelijk te begeleiden.
Op het leveren van kwaliteit worden we, vanuit de wettelijke kaders en de schoolvisie, ook gecontroleerd.
Alle scholen van PCBO Smallingerland vinden het belangrijk ook zelf de kwaliteit van de school in kaart te brengen en van daaruit de schoolontwikkeling verder aan te sturen. We gebruiken daarvoor allemaal het kwaliteitsinstrument KMPO (Kwaliteit Meter Primair Onderwijs). Het KMPO brengt de huidige situatie van de school in kaart en geeft aan wat beter zou kunnen. Het instrument is opgezet, vanuit een breed landelijk kwaliteitsdenken. De kwaliteitsindicatoren van de inspectie zijn erin verwerkt.
Het instrument kan met vragen worden aangepast én uitgebreid aan de situatie van de school of aan een specifieke ontwikkeling van de school.
Om inzicht te krijgen hoe u als ouder onze schoolontwikkelingen ervaart, hoe de kinderen naar de school kijken, zullen we op gezette tijden ook ouders én kinderen van de bovenbouw vragen een enquête in te vullen. Dit kunnen ouders zijn uit een bepaalde bouw van de school, een doorsnede van alle ouders van de hele school, of alle ouders. Bij bovenbouwkinderen kunt u ook denken aan een doorsnede van de bovenbouw of aan alle kinderen.
De gegevens van de enquête verwerken we in een overzicht. Van daaruit zal de school een keuze maken voor ontwikkeling in de aangegeven aandachtspunten. De resultaten en de eventuele actiepunten worden aan u als ouders gepresenteerd. Op deze manier nemen we ook in het kwaliteitsdenken uw mening serieus.
Op school is meer informatie aanwezig hoe we als PCBO-scholen en als school de totale kwaliteitszorg vorm geven. U kunt hiervoor terecht bij de directie van de school.
 
De kwaliteitsmeter voor het primair onderwijs bestaat uit drie onderdelen, die inhoudelijk op elkaar zijn afgestemd: de kwaliteitsmatrix, de kwaliteitsenquêtes en de leerkrachten zelfevaluatie. Deze metingen sluiten dus aan bij de metingen van de inspectie.
Voor “de Spreng” hebben we volgende cyclus opgezet:
 

Jaar
Welk instrument
Tijd in het jaar
1 10 / 11
Matrix
t/m december
2 11 / 12
ouders en kinderen vragenlijsten
maart / april
3 12 / 13
leerkrachten zelfevaluatie en leerkrachten vragenlijsten
maart /april
4 13 / 14
ouders en kinderen vragenlijsten
maart / april
5 14 / 15
Matrix
t/m december
6 15 / 16
leerkrachten zelfevaluatie en leerkrachten vragenlijsten
maart / april

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

Hoofdstuk 5: De ouders

 
 
De Vereniging
PCBO Smallingerland
De vereniging voor Protestants Christelijk Basisonderwijs Smallingerlandheeft als grondslag de Bijbel.
De Bijbel is voor ons het geïnspireerde woord van God en richtinggevend voor al het werk van de vereniging.
               Missie
PCBO Smallingerland staat voor kwalitatief hoogstaand onderwijs. We richten ons op het ontwikkelen van talenten en kennis, het leren kiezen voor een gezonde levensstijl en het creëren van een omgeving waarin positieve bijdragen van harte gewaardeerd worden. Alles wat we daarvoor ondernemen wordt gekleurd door onze christelijke identiteit.
 
               Visie
PCBO Smallingerland is doelbewust  bezig met de taken waar ze voor staat. Het eerste uitgangspunt is voor ons dat de kinderen centraal staan. Dat klinkt logisch, maar is het niet altijd. Wanneer we beleidsmatige keuzes maken, houden we voor ogen dat de uitkomsten van deze keuzes direct of indirect de kinderen ten goede moeten komen.
Onze visie wordt gekleurd door vijf kernbegrippen die op veel manieren op bestuurlijk, school- en groepsniveau zichtbaar worden in ons handelen. Deze kernbegrippen zijn: christelijk, ontwikkelend, ambitieus, professioneel en eigentijds.
 
Christelijk:   
Het evangelie van Jezus Christus staat centraal in het handelen binnen de vereniging. Het wordt zichtbaar in het gedrag van de medewerkers, zijn/haar omgang met kinderen, collega’s en externen. Het wordt zichtbaar in het onderwijs tijdens (dag)openingen en –sluitingen, vieringen en in het aanbod van verhalen uit en rondom de Bijbel. Het wordt zichtbaar in moreel ethische keuzes, waaronder het niet discrimineren naar godsdienst of levensovertuiging, ras of politieke overtuiging.
 
Ontwikkelend:         
Het gaat ons niet alleen maar om onderwijs in de basisvaardigheden van kinderen. We kijken welbewust over de (leeftijds)grenzen van de school en het onderwijs heen naar andere sociale contexten die voor de ontwikkeling van kinderen van belang zijn. We zoeken actief samenwerking met educatieve partners die 0-13 jarigen op het oog hebben.
We willen aandacht besteden aan alle aspecten van het mens-zijn en een bijdrage leveren aan de ontwikkeling daarvan. Daarbij richten we ons niet alleen op de ontwikkeling van kinderen, maar ook van de leerkrachten en de organisatie als geheel.
Kennis wordt vanzelfsprekend gedeeld (teach the teacher), de organisatie en alle medewerkers investeren in scholing die het pedagogisch en didactisch handelen (vakkennis) vergroot. Al deze ontwikkelingen worden - waar mogelijk en nodig – gestructureerd. Ontwikkelen is niet vrijblijvend, maar appelleert ook aan ieders eigen verantwoordelijkheid.
 
Ambitieus:
              Het hebben van ambities betekent vooral dat we vooruit kijken en gaan voor de best haalbare prestatie. Dit vraagt een hoog niveau van betrokkenheid van alle medewerkers. En ook hierbij gaat het niet alleen om de prestaties van kinderen op het gebied van taal en rekenen. We hebben ambities in de brede zin van het woord. PCBO Smallingerland staat middenin de samenleving en wil daarin positief bekend staan, bij ouders en verzorgers (klanten) en als werkgever, vanwege de bijdrage die we leveren.
De ambities raken daarin ons hele wezen, en zijn niet slechts op papier geformuleerde pretenties. Ze bepalen wat we doen en hoe we het doen.
 
Professioneel:
              Een professionele aanpak betekent dat we op alle beleidsterreinen een kwalitatief hoogstaande aanpak voorstaan.
                        Dat betekent vanuit een kader handelen dat ‘evidence based’ [1] is. Er worden doelbewuste acties ondernomen. Op elk niveau wordt aan (zelf)reflectie gedaan en vanuit die lerende houding verbeteringen geïmplementeerd. We gaan uit van verschillen die er zijn, en zoeken naar de kwaliteiten die we te bieden hebben. Vandaar dat ‘professioneel’ voor ons inhoudt, dat het actiegericht is. Vanuit persoonlijk leiderschap sturen we op het verbeteren van het gedrag van onszelf als professionals. Professionaliteit is verantwoordelijkheid nemen en kwaliteit leveren.
 
Eigentijds:
              Onze vereniging functioneert in de 21e eeuw, waarin we definitief zijn overgestapt naar het informatietijdperk. Veel zaken zijn in het onderwijs nog georganiseerd zoals dat in het industriële tijdperk voldeed. Dat vraagt veel aanpassingen op alle terreinen. Op onderwijskundig gebied willen we kinderen voorbereiden op het kunnen functioneren in een moderne samenleving. Dat houdt onder andere in: kunnen samenwerken, kunnen omgaan met de (moderne) media, kunnen participeren, (gezond) leren kiezen, op maat gemaakt onderwijs, inspelen op actuele thema’s. Van leerkrachten vraagt het ook een andere houding en andere vaardigheden, die passen bij het aanbod voor de kinderen. Van de organisatie vraagt dit om moderne faciliteiten in een daarbij passend schoolgebouw. We zoeken actief naar nieuwe wegen, waarbij niets op voorhand wordt uitgesloten en risico’s niet uit de weg worden gegaan. PCBO Smallingerland timmert aan de weg en staat in 2014 bekend als een organisatie die voorop loopt bij vernieuwende ontwikkelingen.
 
 
 
Lidmaatschap van de vereniging
Bij inschrijving van leerlingen en ondertekening van de grondslag van de vereniging, zoals die op het inschrijvingsformulier staat, wordt u lid van de vereniging voor P.C.B.O. Smallingerland. Als u de statuten niet kunt onderschrijven, wordt u donateur van de vereniging. De hoogte van de ouderbijdrage staat bij financiën vermeld.
 
 
 
 
Grondslag en doel van de Vereniging voor Protestants Christelijk Basisonderwijs
Artikel 2: de grondslag:
De vereniging heeft als grondslag de Bijbel als Gods woord, volgens het belijden zoals dat is samengevat in de Oecumenische Belijdenisgeschriften (de Apostolische Geloofsbelijdenis en de Belijdenis van Nicea/Constantinopel).
De Bijbel is het geïnspireerde Woord van God en richtinggevend voor al het werk van de vereniging.
 
Artikel 3: het doel:
Art. 3.1:          De vereniging stelt zich ten doel werkzaam te zijn tot instandhouding van scholen voor Prot. Chr. Basisonderwijs in Boornbergum, Drachten, Drachtster-Compagnie, Rottevalle, Opeinde, De Tike en Oudega, alsmede tot oprichting van nieuwe scholen voor Prot. Chr. Basisonderwijs in het werkgebied van de vereniging.
Art. 3.2.:         De vereniging heeft als onderwijsdoel vanuit de Bijbelse relatie met God de jonge mens, als lid van een gemeenschap waarin jongeren en ouderen leven uit Gods vertrouwen, te begeleiden en te stimuleren op zijn weg naar de volwassenheid.
Art. 3.3:          De vereniging stelt zich voorts ten doel het onderwijs zodanig in te richten dat de leerlingen een ononderbroken ontwikkelingsproces kunnen doorlopen. Het wordt afgestemd op de voortgang in de ontwikkeling van de leerlingen. Het onderwijs richt zich in elk geval op de godsdienstige vorming, op het ontwikkelen van de creativiteit, op het verwerven van de noodzakelijke kennis van de sociale, culturele en lichamelijke vaardigheden. Het onderwijs gaat er mede vanuit dat de leerlingen opgroeien in een multiculturele samenleving.
Art. 3.4:          Binnen het wettelijk kader zullen alle middelen worden aangewend om bovenstaande doelstelling te bereiken.
 
Bestuurssamenstelling
 
Algemeen Bestuur
In 2009is een nieuw bestuur benoemd . Het is een bestuur dat gekozen is op deskundigheid. Het bestuur bestaat uit een voorzitter, een secretaris, een penningmeester en vijf leden en ook de algemeen directeur. De namen en adressen staan vermeld in de informatiegids. Via de ledenraad kunnen ouders invloed uitoefenen op het bestuur.
 
De ledenraad.
Sinds juni 2004 kent onze vereniging een ledenraad.
Het bestuur legt verantwoording af aan de ledenraad door middel van een jaarverslag.
De ledenraad is in de plaats gekomen van de algemene ledenvergadering.
In deze raad participeren van elke school twee leden, gekozen door de schoolcommissie.
Eén van de twee leden is de voorzitter van de SC.
De ledenraad vergadert twee maal per jaar.
 
Zowel de Ledenraad als het Bestuur besturen de Vereniging op hoofdlijnen en houden zich níet bezig met de dagelijkse gang van zaken van een individuele school. Daarvoor is de schooldirecteur verantwoordelijk, met de schoolcommissie als coördinerend adviesorgaan en de MR als inspraakorgaan.
 
Zowel de Algemeen Directeur als de individuele schooldirecteuren zijn gemandateerd zelfstandig besluiten te nemen. Hiervoor is een Bestuurs- en managementstatuut opgesteld waarin een en ander nauwkeurig omschreven staat.
 
Hierboven is de organisatiestructuur van de Vereniging PCBO Smallingerland schematisch weergegeven.
 
De ouders en de (mede) zeggenschap.
De schoolcommissie
De schoolcommissie bestaat uit een aantal ouders van leerlingen van “De Spreng”.
Zij vertegenwoordigt de stem van ouder en kind richting de school en richting het algemeen bestuur van de vereniging voor PCBO Smallingerland.
De schoolcommissie helpt bij activiteiten in en om de school.
Daarnaast wordt zij geïnformeerd ten aanzien van zaken zoals o.a.: ARBO, financiën e.a.
De schoolcommissie wil graag op de hoogte zijn van vragen van ouders. Ouders kunnen bij de voorzitter (of ieder ander lid) hun vragen kwijt, waarna deze in behandeling zullen worden genomen. De zittingsduur is vier jaar. Deze periode kan verlengd worden met nog eens vier jaar. Nieuwe kandidaten worden voorgedragen door de schoolcommissie of door verkiezingen rechtstreeks door de ouders gekozen.
Leden van de schoolcommissie moeten lid zijn van de vereniging.
De voorzitter van de schoolcommissie is automatisch lid van de ledenraad. De schoolcommissie kiest ook de tweede vertegenwoordiger in de ledenraad.
Het reglement Schoolcommissies is ter inzage op school aanwezig.
 
 
 
De Medezeggenschapsraad (MR)
De Medezeggenschapsraad is een wettelijke verplichting. Deze MR heeft t.a.v. beleidszaken die de school betreffen een adviserende stem richting directie. Soms is instemming van de MR vereist. De MR bestaat uit drie ouders (oudergeleding) en uit drie teamleden (personeelsgeleding).
Net als bij de schoolcommissie kunt u met vragen en opmerkingen ten aanzien van de schoolorganisatie en het schoolbeleid terecht bij de MR-leden.
Leden van de MR moeten de grondslag van de school respecteren.
Het reglement voor de MR is op school ter inzage aanwezig.
 
Gemeenschappelijke Medezeggenschapsraad
Onze vereniging kent ook een Gemeenschappelijke Medezeggenschapsraad (GMR) Deze houdt zich vooral bezig met beleidsvoorstellen van het bestuur, die voor alle 13 scholen gelden, zoals b.v. het personeelsbeleid.
 
De ledenraad.
Het bestuur legt verantwoording af aan de ledenraad door middel van een jaarverslag.
De ledenraad is in de plaats gekomen van de algemene ledenvergadering.
In deze raad participeren van elke school twee leden, gekozen door de schoolcommissie.
Eén van de twee leden is de voorzitter van de SC.
De ledenraad vergadert twee maal per jaar.
 
Klachtenprocedure seksuele intimidatie, agressie en geweld
Als team, schoolcommissie en MRstreven wij ernaar onze werkzaamheden zo goed mogelijk te verrichten. Mochten er toch klachten zijn dan verzoeken wij u als volgt te handelen:
 
Ø Ga in eerste instantie met uw klacht naar degene die de klacht aangaat, bespreek het probleem daar en probeer samen een oplossing te vinden.
Ø Indien u er samen niet uitkomt neem dan contact op met de directeur. Ook hier wordt weer getracht om samen een oplossing te vinden.
Ø Wanneer ook dan nog geen oplossing is gevonden, kunt u contact opnemen met de contactpersoon van onze school, deze persoon zal bemiddelend optreden om te trachten op schoolniveau de zaak op te lossen.
Ø Lukt ook dat niet, dan kunt u contact opnemen met één van de vertrouwenspersonen, dit gebeurt zo mogelijk in overleg met de contactpersoon.
 
We hopen uiteraard problemen op schoolniveau op te lossen zodat vertrouwenspersonen niet in beeld hoeven te komen.
 
Het is ook mogelijk dat kinderen rondlopen met problemen die ze met niemand kunnen of durven te bespreken. Niet met ouders, groepsleerkracht of andere kinderen.
Daarom zijn er op school twee teamleden waarbij leerlingen terecht kunnen met hun problemen of vragen als ze er echt niet met anderen over kunnen praten.
De namen van bovengenoemde personen staan vermeldin de informatiegids.
 
 
 
 
 
 
Klachtenregeling
Per 1 augustus 1998 is de kwaliteitswet in werking getreden. Op grond van die wet moet een schoolbestuur een klachtenregeling vaststellen en zich aansluiten bij een klachtencommissie.
Het bestuur van de PCBO Smallingerland heeft zich voor de uitvoering van de klachten-regeling aangesloten bij de Landelijke Klachtencommissie voor het primair en voortgezet onderwijs, ingesteld door de Besturenraad PCO.
 
Als ouders, kinderen of personeel een klacht willen deponeren, die niet via de normale kanalen, dat wil zeggen via de groepsleerkracht, directeur of bestuur, kan worden opgelost is het verstandig eerst contact te leggen met de contactpersoon, die zal u doorverwijzen naar de vertrouwenspersoon en of andere instanties.
 
Binnen de vereniging zijn afspraken gemaakt over hoe om te gaan met klachten betreffende seksuele intimidatie, agressie en geweld. Voor u is van belang, dat een tweetal vertrouwens-personen voor de doelgroepen personeelsleden, ouders en leerlingen werkzaam zijn vanuit de Arbo-dienst Friesland.
De vertrouwenspersoon adviseert, begeleidt en ondersteunt de klager (degene die een klacht heeft, bepaalt zelf of hij/zij met een vrouw of met een man wil spreken).
Onze procedure voorziet verder in een afwikkeling door een provinciale klachtencommissie voor het protestants christelijk onderwijs als onderdeel van het verlenen van bijstand gedurende de klachtenprocedure. De vertrouwenspersoon schakelt de provinciale klachten-commissie in. Hij of zij maakt dus niet de klacht aanhangig bij het bestuur en/of andere instanties. In die commissie beoordelen deskundigen op het terrein van het onderwijs hoe verder gehandeld dient te worden met een klacht vanuit één van de doelgroepen: personeelsleden, ouders en leerlingen.
Het reglement van de Landelijke Klachtencommissie PCO ligt op school ter inzage voor belangstellenden.
 
Contacten met ouders
Ouderbetrokkenheid
Als schoolcommissie, MR en team vinden wij de betrokkenheid van de ouders enorm belangrijk. Wij informeren u over belangrijke gebeurtenissen op school, maar ook over het wel en wee van uw kind. Wij stellen het op prijs als u ons op de hoogte houdt van belangrijke gebeurtenissen thuis. Een goede samenwerking tussen school en thuis bevordert het welbevinden van uw kind.
Van uw vragen en opmerkingen kunnen wij leren en indien nodig kunnen wij wat aan eventuele problemen doen. Wij willen samen school zijn, als personeel, ouders en leerlingen. Loop daarom gerust eens binnen. Ook doen wij als school een beroep op ouders om aan activiteiten mee te doen. Wij rekenen op uw medewerking.
 
Ouderhulp
Graag doen we een beroep op u voor zaken als:
Ø begeleiding excursies                            
Ø lezen
Ø creatieve lessen                                      
Ø begeleiden sportactiviteiten
Ø organiseren van bijzondere evenementen enz. enz.
 
U ontvangt hiervoor aan het begin van het schooljaar een aanmeldingsformulier.
 
Informatieavonden
De informatieavonden die worden gehouden staan in het teken van het onderwijs en alles wat daar mee samen hangt. In de maand september worden deze avonden gehouden. Iedere groepsleerkracht vertelt u iets over een bepaald onderwerp. Het doel van de avonden is dan ook informatie verstrekken over schoolse zaken maar ook de contacten op deze avonden zijn enorm belangrijk. Het informatieve gedeelte is van 19.45 - 20.30 uur. Daarna is er gelegenheid voor informeel contact onder het genot van een kop koffie of thee.
 
Ouderavond
De ouderavond is de avond waarop eventuele schoolcommissieleden en MR- leden worden voorgesteld. Het jaarverslag wordt voorgelezen door de secretaris van de schoolcommissie. Ook kunnen vragen worden gesteld op allerlei gebied. Naast dit formele bestuurlijke gedeelte wordt vaak een onderwerp aan de orde gesteld. Dit kan gedaan worden door het personeel maar ook door mensen van buiten de school.
 
Ouderbezoeken of spreekuur
Nieuwe leerlingen groep 1:
Met de ouders van de leerlingen van groep 1 zijn bij de aanmelding al gesprekken gevoerd, thuis of op school.
Groepen 1 t/m 8
Het eerste officiële oudercontact vindt plaats in het najaar, in de maand november.
U wordt uitgenodigd voor een gesprek van een kwartier met de leerkracht(en).
Op verzoek van de ouders of de leerkracht kan er in plaats van dit gesprek voor een huisbezoek worden gekozen. U ontvangt hiervoor een keuze formulier.
Mocht u eerde behoefte hebben aan een gesprek dan kunt u dit natuurlijk kenbaar maken.
 
Spreekuren en spreekuur weken
Naast bovengenoemd spreekuur in november is er een spreekuur in de maand februari n.a.v. het eerste rapport.
In de jaarplanning zijn, over het jaar verspreid, spreekuurweken ingepland. Deze worden zo gepland, dat er samen met de spreekavonden eens in de acht weken een moment is waarop ouders met de leerkrachten kunnen praten over de vorderingen van hun kind. Na het tweede rapport is weer een spreekuurweek gepland waarin u desgewenst een afspraak voor een gesprek kunt maken.
Via de nieuwsbrief wordt u uitgenodigd om met behulp van een inschrijfformulier u op te geven voor een dergelijk overleg. Voor dit formulier kunt u terecht bij de groepsleerkracht .
 
Inloopavond.
Een informeel uurtje op school: meestal begin januari kunnen de kinderen hun ouders, opa en oma laten zien wat ze op school doen en gedaan hebben. De leerkrachten zijn alleen aanwezig.
 
Nieuwsbrieven
Naast deze gids wordt u via nieuwsbrieven regelmatig over allerlei zaken en gebeurtenissen in en rond onze school geïnformeerd. Zo mogelijk gaat dit digitaal.
 
 
 
Leerplicht
Toelating op een basisschool kan pas op de dag dat een kind 4 jaar wordt. Hieraan vooraf mogen kinderen enkele dagdelen als gewenning meedraaien.  
Een kind is pas leerplichtig op de eerste schooldag van de maand waarin het kind 5 jaar wordt. (Wet op het primair onderwijs)
 
Leerplichtwet
Ouders en schooldirecteuren dienen zich te houden aan de regels van de Leerplichtwet. Deze wet stelt duidelijk dat leerplichtige kinderen de school moeten bezoeken als er onderwijs wordt gegeven. Leerlingen mogen dus niet zomaar van school wegblijven.


Vakantie onder schooltijd
De Leerplichtwet is helder en duidelijk als het gaat om vakantie of verlof onder schooltijd. Voor vakantie onder schooltijd kan alleen toestemming worden gegeven als ouders met hun leerplichtige kind(eren) tijdens de schoolvakanties niet op vakantie kunnen gaan door het specifieke beroep van (een van) de ouders. Het gaat dan bijvoorbeeld om seizoengebonden arbeid, zoals een campinghouder of een strandtenthouder. In deze speciale gevallen kan de directeur uw kind eenmaal per schooljaar vrij geven zodat er toch een gezinsvakantie kan plaatsvinden. Ook hieraan zijn beperkingen: maximaal tien schooldagen en niet in de eerste twee weken van het schooljaar. Een extra vakantie vanwege een tweede vakantie (wintersport of anderszins), een vrije vrijdag of maandag voor een (lang) weekendje weg of een langdurig bezoek aan familie in het buitenland vallen niet onder de mogelijkheden voor extra verlof. De vastgestelde schoolvakanties bieden volgens de wetgever gezinnen voldoende mogelijkheden om vakantie te houden.


Ongeoorloofd schoolverzuim
De gemeente Smallingerland voert een actief beleid om ongeoorloofd schoolverzuim, waaronder ook het ‘luxe verzuim’, terug te dringen. Als er sprake is van verzuim rond de schoolvakanties en als er sprake is van een twijfelachtige ziekmelding rondom de vakantieperiode, moeten de directeuren dat melden bij Leerplicht. Als geconcludeerd wordt dat er sprake is van luxe verzuim krijgen de ouders een proces-verbaal.
Aanvragen verlof                                                                                                                   Wilt u verlof aanvragen, dan dient u dit minimaal 8 weken van te voren schriftelijk in te dienen bij de directeur. De directeur dient schriftelijk een beslissing te nemen op uw aanvraag. U hebt de mogelijkheid om tegen de beslissing in bezwaar te gaan. De directeur heeft de mogelijkheid om de aanvraag door te sturen naar leerplicht. De leerplichtambtenaar zal dan een besluit hierop nemen.                                                                                          
                                                                                                                                       
Informatie
Voor meer informatie over dit onderwerp kunt u contact opnemen met de directie van de desbetreffende school. Of u neemt contact op met de leerplichtambtenaren. Zij zijn bereikbaar via telefoonnummer 0512-581325 / 0512-581348.
 
Richtlijnen voor het geven van schoolvrij
1.      Het voldoen aan wettelijke verplichtingen, één en ander voor zover dit niet buiten de lesuren kan geschieden;
2.      Bij verhuizing;
3.      Bij huwelijk van familieleden;
4.      Bij ziekte of overlijden in de familie;
5.      25-, 40-, 50-jarig ambts- of huwelijksjubileum in de familie;
6.      Bevalling van moeder/verzorgster/voogdes;
7.      Bij het bezoeken van familie in een ander werelddeel;
8.      Indien de specifieke aard van het beroep dat met zich meebrengt.
Opmerkingen
1.      De directeur van de school bepaalt naar eigen inzicht, conform de richtlijnen 1 t/m 8 of een bepaalde reden al dan niet geldig is.
2.      De directeur is verplicht ongeoorloofd schoolverzuim bij de leerplichtambtenaar te melden.
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Hoofstuk 6: Algemene informatie
 
 
Dit hoofdstuk bevat allerlei informatie betreffende het gehele schoolgebeuren.
 
Inning geld schoolreisjes e.d.
Jaarlijks zijn er diverse kosten welke door de ouders betaald worden. Dit heeft tot gevolg dat er nogal wat geldverkeer op en rond school is. Het kost bovendien veel tijd om dit op te nemen in de administratie.
In januari en februari krijgt u een overzicht per kind van de jaarlijks kosten. Wij noemen dit de vrijwillige financiële bijdrage. In dit overzicht zijn de volgende bedragen opgenomen:
 
Ø Ledengeld PCBO Smallingerland
Ø Zwemgeld
Ø Schoolreisje en/of kamp
 
 
** Wij rekenen per gezin de kosten uit voor bovengenoemde bedragen.
** Hiervan krijgt u per kind een overzicht/nota.
** Het bedrag kan in één keer via de bank worden overgemaakt.
 
Mocht u problemen hebben met deze opzet, dan zullen we samen met u naar een adequate oplossing zoeken. U kunt ook contact opnemen met de Stichting Leergeld. (zie infogids)
 
Het geld van de zending blijft uiteraard een vrijwillige bijdrage die op maandag kan worden ingeleverd.
 
Hiernaast kennen we de vrijwillige ouderbijdrage. U wordt verzocht de ouderbijdrage gelijktijdig te betalen met de financiële bijdrage. Een richtbedrag wordt op het gezinsoverzicht van de financiële bijdrage aangegeven. Uit deze bijdrage, die voor ons heel belangrijk is, worden de kosten betaald voor Sinterklaas, kerst, spelletjesdag en andere bijzondere dagen en activiteiten.
 
Banknummer voor betaling financiële bijdrage: RABO Bank 38.90.63.835
Graag naam leerling en groep vermelden.
 
 
Tussenschoolse opvang
Om het overblijven beter te regelen zijn vanaf augustus 2006 enkele wijzigingen in de Wet op het primair onderwijs (WPO) en in de Wet medezeggenschap onderwijs (WMO) van kracht.
Dit betekent o.a. dat het schoolbestuur de formele verantwoordelijkheid krijgt en dat de oudergeleding van de GMRinstemmingsrecht heeft over de wijze waarop het schoolbestuur de tussenschoolse opvang (TSO) regelt.
 
Het bestuur heeft, met instemming van de GMR, besloten om met ingang van 1 augustus 2006 de tussenschoolse opvang te laten coördineren door MOS (Maatschappelijke Onderneming Smallingerland). MOS is een brede welzijnsinstelling die onder andere de peuterspeelzalen en wijkcentra in beheer heeft. Tevens is besloten om verenigingsbreed eenduidige afspraken te maken over de ouderbijdrage en de vergoeding voor de overblijfkrachten.
Door de tussenschoolse opvang uit te besteden aan MOS kan de kwaliteit en de continuïteit gewaarborgd worden. MOS beschikt over ervaring betreffende de pedagogische aspecten van de TSO en heeft ervaring met vrijwilligerswerk.
De coördinator van MOS zal zich met name bezighouden met het organiseren van scholing, de werving en selectie van overblijfkrachten (in samenwerking met de aanspreekpunten op de scholen) en het stroomlijnen van de financiën.
 
Wat gebeurt er tussen de middag op school?
Gemiddeld blijven 50 kinderen over, de kinderen worden over drie groepen verdeeld. Vooral voor de kleuters is dit erg prettig, rustig eten in een kleine groep. De overblijfmoeders zijn kwart voor twaalf op school en maken de lokalen klaar voor de overblijf. Om twaalf uur worden de kleuters opgehaald, de andere kinderen komen zelf. In elke groep is een overblijfmoeder en er is een extra moeder voor de administratie en hulp indien nodig. Deze overblijfouder vult de presentielijst in en stempelt de kaarten.
De kinderen nemen hun eigen eten en drinken mee. Af en toe wordt er getrakteerd en er zijn tosti-apparaten, die bij de overblijf worden gebruikt. Na het eten gaan alle kinderen naar buiten. Vijf minuten voor één gaan de kleuters naar binnen, om één uur komt de pleinwacht en kunnen de overblijfmoeders naar huis. Bij slecht weer blijven ze binnen en kunnen de kinderen spelletjes doen, kleuren, tekenen of video kijken.
Strippenkaart.
Kinderen kunnen om welke reden dan ook tussen de middag overblijven. Er wordt met een strippenkaartsysteem gewerkt.
Soms kan het gebeuren dat de strippenkaart vol is, wij maken dan een zogenaamde negatieve kaart aan. Een paar dagen voor de verkoop krijgt uw kind een briefje mee met de stand van strippen. Bij een negatieve stand verzoeken wij u dan ook dringend nieuwe strippenkaarten te kopen.
 
Wanneer uw kind op vaste dag(en) overblijft en de overblijfmoeders zijn op de hoogte, hoeft u verder niets te doen. Als uw kind onverwacht of een enkele keer overblijft dan vragen wij u de naam van het kind in te vullen op de lijst voor in de hal (ingang kleuters).
 
Het boekenplan
“De Spreng” vindt het belangrijk:
Ø Dat kinderen al vanaf 4 jaar te laten kennismaken boeken.
Ø De taalontwikkeling en woordenschat te bevorderen door (voor)lezen.
Ø Dat we kinderen laten zien dat lezen leuk is!
 
We doen dit op de volgende manier:
Iedere woensdag kunnen de groepen 1 t/m 3 een prentenboek ruilen. Dit boek gaat in een tas mee naar huis. De coördinatie van het boekenplan is in handen van één van de leerkrachten.
De uitleen wordt verzorgd door ouders. Hier zijn geen kosten aan verbonden.
 
 
 
 
 
 
De website
De website van onze school is te vinden op www.pcbo-despreng.nl. Deze wordt onderhouden door een beheerder (ict-er). Hier staan naast algemene informatie, ook o.a. de nieuwsbrief, door de kinderen geschreven stukjes en foto’s op. Daar zullen natuurlijk ook uw kinderen op komen te staan. Wij vinden dat we zorgvuldig om moeten gaan met het plaatsen van foto’s. Er zijn een aantal criteria opgesteld waar een foto aan moet voldoen voordat plaatsing volgt.
Deze criteria zijn:
Ø De kinderen staan er altijd in een groepje op.
Ø Er worden alleen foto’s gemaakt van activiteiten.
Ø We plaatsen nooit namen van de kinderen bij de foto op de site.
Ø Na het maken van de foto wordt in overleg met de beheerder van de website (en eventueel de directie) beoordeeld of plaatsing kan volgen.
Als een foto aan bovenstaande criteria voldoet volgt plaatsing op de website.
 
Misschien hebben ouders liever niet dat hun kind op een foto op de site komt. Dat respecteren we. Hiervoor kunt u een formulier ondertekenen. Overigens kan men altijd weer op het besluit terug komen.
 
Voor de website geldt ook:
Ø Bij publicatie van werkstukjes, gemaakt door kinderen, zullen geen achternamen van kinderen worden vermeld.
Ø Bij publicatie van informatie ( bijvoorbeeld een Nieuwsbrief) zal (strikt) persoonlijke informatie worden weggelaten op de homepage.
Ø Bij vermelding op de homepage van persoonlijke gegevens van hen die bij de school zijn betrokken, zal niet meer worden gepubliceerd dan vrij verkrijgbare informatie (telefoonboekinformatie).
Ø Bij publicatie van informatie op de homepage, waar een betrokkene bezwaar tegen maakt, zal degene die de site onderhoudt deze informatie op verzoek verwijderen.
 
 
Trakteren op school
U kent ongetwijfeld de spreuk: "Snoep verstandig, eet een appel!"
U begrijpt wat we hiermee bedoelen. Als uw kind jarig is, dan graag een "gebitsvriendelijke" traktatie.
 
Verjaardag personeel
De personeelsleden verzorgen de verjaardagen voor elkaar. Dit houdt in dat met de betreffende klas contact wordt opgenomen en afspraken worden gemaakt. U krijgt hiervan vroegtijdig bericht.
 
Uitnodigingen kinderfeestjes
Uitnodigingen voor kinderfeestjes mogen niet in school worden uitgedeeld: sommige kinderen worden zelden of nooit uitgenodigd.
 
Zending en overige acties
Iedere maandagochtend kunnen de kinderen geld meenemen voor een aantal hulpprojecten waar de school aan deelneemt.
Zie informatiegids.
Gedurende het schooljaar wordt er nog vaker een beroep gedaan op school om mee te doen aan acties. Dit kan zijn voor een weeshuis in Polen, maar ook de operatie schoenendoos. Als school maken we een selectie uit de vele hulpvragen.
U wordt van tussentijdse acties vroegtijdig op de hoogte gebracht.
 
Jeugdtijdschriften
Aan het begin van het schooljaar krijgen de kinderen een foldertje mee naar huis met een bestelbon voor een abonnement op de jeugdtijdschriften.
Via de school kunt u zich hierop abonneren.
 
Verkeersexamen
Groep 7 doet mee aan het verkeersexamen. Het bestaat uit 2 gedeelten. Het theoretische gedeelte wordt in maart op school afgenomen. Voor het praktische gedeelte hebben kinderen hun eigen fiets nodig. Ze moeten een uitgezet parcours in Drachten bij de verkeerstuin
afleggen. Eens per maand brengen de kinderen een bezoek aan de verkeerstuin.
 
Hoofdluis
Zoals u wellicht zult weten wordt elke school regelmatig geconfronteerd met hoofdluis. Ook op onze school worden ze gesignaleerd. Enkele ouders komen met enige regelmaat de hele school controleren op hoofdluis. Wanneer luizen worden gesignaleerd krijgt u daarvan bericht.
 
De beste manier om hoofdluis te bestrijden is dagelijkse enkele keren met een speciale kam de haren te kammen. Ook kleren en beddengoed moet goed worden gewassen. Wanneer de luizen weg zijn moet nog enkele weken worden doorgekamd.
 
In het belang van uw kind(eren) en de school vragen wij u om zelf ook het haar van uw kinderen te controleren. Wanneer u bij uw kind(eren) hoofdluis constateert verzoeken wij u dit te melden. Met deze informatie wordt vertrouwelijk omgegaan!!                 
 
Sponsoring
Ook binnen het onderwijs komt dit steeds meer voor. Op “De Spreng” echter nog niet in heel hoge mate. Wij zijn eigenlijk van mening dat de overheid de kosten zou moeten dekken om het onderwijs in Nederland goed gestalte te kunnen geven.
De Vereniging voor PCBO Smallingerland heeft duidelijk beleid ten aanzien van sponsoring.
Wanneer gebruik wordt gemaakt van sponsors wordt het te ontvangen geld vaak besteed aan extra leermiddelen. Ook wordt incidenteel een oproep gedaan voor sponsoring voor grotere projecten, te denken valt aan buitenspeelmateriaal of aankleding van plein en gebouw.
 
Verzekeringen
De school heeft een verzekeringspakket afgesloten, bestaande uit een ongevallenverzekering en een aansprakelijkheidsverzekering.
 
Op grond van de ongevallenverzekering zijn alle betrokkenen bij de schoolactiviteiten (leerlingen; personeel; vrijwilligers) verzekerd. De verzekering geeft recht op een (beperkte) uitkering indien een ongeval tot blijvende invaliditeit leidt. Ook zijn de geneeskundige en tandheelkundige kosten gedeeltelijk mee verzekerd, voor zover de eigen verzekering van betrokkenen geen dekking biedt (bijvoorbeeld door eigen risico). Materiële schade (kapotte bril, fiets, etc.) valt niet onder de dekking.
 
De aansprakelijkheidsverzekering biedt zowel de school zelf als zij die voor de school actief zijn (bestuursleden personeel; vrijwilligers) dekking tegen schadeclaims ten gevolge van onrechtmatig handelen. Wij attenderen u in dat verband op twee aspecten, die vaak aanleiding zijn tot misverstand.
 
Ten eerste is de school c.q. het schoolbestuur niet (zonder meer) aansprakelijk is voor alles wat tijdens de schooluren en buitenschoolse activiteiten gebeurt. Wanneer dit wel het geval zou zijn, zou alle schade die in schoolverband ontstaat door de school moeten worden vergoed. Deze opvatting leeft wel bij veel mensen, maar is gebaseerd op een misverstand. De school heeft pas een schadevergoedingsplicht wanneer er sprake is van een verwijtbare fout. De school (of zij die voor de school optreden) moeten dus te kort zijn geschoten in hun rechtsplicht. Het is mogelijk dat er schade wordt geleden, zonder dat er sprake is van enige onrechtmatigheid. Bijvoorbeeld tijdens gymnastiekles een bal tegen een bril. Die schade valt niet onder de aansprakelijkheidsverzekering, en wordt (dan ook) niet door de school vergoed.
 
Ten tweede is de school niet aansprakelijk voor (schade door) onrechtmatig gedrag van leerlingen. Leerlingen (of, als zij jonger zijn van 14 jaar, hun ouders) zijn primair zelf verantwoordelijk voor hun doen en laten. Een leerling die tijdens de schooluren of tijdens andere door de school georganiseerde activiteiten door onrechtmatig handelen schade veroorzaakt, is daar dus in de eerste plaats zelf (of ouders) verantwoordelijk voor. Het is dus van belang dat ouders/verzorgers zelf een particuliere aansprakelijkheidsverzekering hebben afgesloten.
 
Bijzondere activiteiten
 
Schoolreisjes/kamp
Elk jaar worden er schoolreisjes georganiseerd voor de groepen 1 t/m 7.
Groep 8 gaat jaarlijks op een 3-daags schoolkamp.
 
Excursies
Afhankelijk van het leerprogramma en excursieaanbod kunnen er uitstapjes gemaakt worden. Voor het vervoer worden ouders ingeschakeld.
 
Sportactiviteiten
Verdeeld over het gehele jaar doet de school mee aan diverse sportevenementen. Deze naschoolse activiteiten worden begeleid door ouders en teamleden. Het zijn evenementen waar kinderen zich voor kunnen opgeven. Ze worden buiten de schooltijden georganiseerd door SportBedrijf Smallingerland.
Op het prikbord vindt u de mogelijkheden. De kinderen worden in de klas op de hoogte gebracht en kunnen zich daarna opgeven bij de groepsleerkracht.
 


 

 

mail    |    colofon    |    disclaimer